ECLI:NL:RBNHO:2021:12656 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer: C/15/323161 FT RK 21/853 vonnis van 21 december 2021 op het verzoek van: [schuldenares], geboren op [datum] te [plaats 1] (Polen), wonende te [plaats 2], schuldenares. 1De procedure 1.1 Op 14 december 2021 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenares strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. 2De beoordeling 2.1 De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenares in Nederland ligt. 2.2 Een natuurlijk persoon kan alleen tot de wettelijke schuldsaneringsregeling worden toegelaten als redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of als hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBNHO:2021:12656 · Rechtbank Noord-Holland: Daarvan is voor wat betreft schuldenares geen sprake. Uit het verzoekschrift blijkt immers dat de minnelijke schuldregeling is doorlopen en dat alle schuldeisers akkoord zijn gegaan met de aangeboden regeling. In dat geval is toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet mogelijk (en overigens ook niet wenselijk). Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. 2.3. Die beslissing wordt door het volgende niet anders. Sura International, die een woning aan schuldenares verhuurt en op grond van een vonnis van 3 december 2020 deze woning mag ontruimen, heeft aangekondigd die ontruiming alsnog door te zetten, hoewel Sura International akkoord is gegaan met de aangeboden betalingsregeling.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer: C/15/323161 FT RK 21/853 vonnis van 21 december 2021 op het verzoek van: [schuldenares], geboren op [datum] te [plaats 1] (Polen), wonende te [plaats 2], schuldenares. 1De procedure 1.1 Op 14 december 2021 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenares strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. 2De beoordeling 2.1 De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenares in Nederland ligt. 2.2 Een natuurlijk persoon kan alleen tot de wettelijke schuldsaneringsregeling worden toegelaten als redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of als hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
Daarvan is voor wat betreft schuldenares geen sprake. Uit het verzoekschrift blijkt immers dat de minnelijke schuldregeling is doorlopen en dat alle schuldeisers akkoord zijn gegaan met de aangeboden regeling. In dat geval is toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet mogelijk (en overigens ook niet wenselijk). Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. 2.3. Die beslissing wordt door het volgende niet anders. Sura International, die een woning aan schuldenares verhuurt en op grond van een vonnis van 3 december 2020 deze woning mag ontruimen, heeft aangekondigd die ontruiming alsnog door te zetten, hoewel Sura International akkoord is gegaan met de aangeboden betalingsregeling.
Hoewel de aangekondigde ontruiming niet goed samen lijkt te gaan met de instemming van Sura International met de betalingsregeling, is toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in dit geval niet het middel om de ontruiming tegen te houden.
3De beslissing
De rechtbank: 3.1 wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 21 december 2021. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.