ECLI:NL:RBNHO:2020:9306 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedbeslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/306566 / HA RK 20/157 Beslissing van 7 september 2020 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoekster] , wonende te Haarlem, verzoekster, Het verzoek is gericht tegen: mr. S.N. Schipper kantonrechter 1Procesverloop 1.1. Bij brief van 13 augustus 2020 heeft verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van mr. S.N. Schipper, kantonrechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd als 8238231 CV EXPL 19-19732 (hierna: de hoofdzaak). 2De beoordeling 2.1.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBNHO:2020:9306 · Rechtbank Noord-Holland: S.N. Schipper kantonrechter 1Procesverloop 1.1. Bij brief van 13 augustus 2020 heeft verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van mr. S.N. Schipper, kantonrechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd als 8238231 CV EXPL 19-19732 (hierna: de hoofdzaak). 2De beoordeling 2.1.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/306566 / HA RK 20/157 Beslissing van 7 september 2020 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoekster] , wonende te Haarlem, verzoekster, Het verzoek is gericht tegen: mr. S.N. Schipper kantonrechter 1Procesverloop 1.1. Bij brief van 13 augustus 2020 heeft verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van mr. S.N. Schipper, kantonrechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd als 8238231 CV EXPL 19-19732 (hierna: de hoofdzaak). 2De beoordeling 2.1.
Het wrakingsverzoek heeft betrekking op het optreden van de kantonrechter in de hoofdzaak. De hoofdzaak is op 5 augustus 2020 middels een einduitspraak geëindigd. Dit betekent dat het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de hoofdzaak een einduitspraak was gewezen. 2.2. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter(s) die deze uitspraak hebben gedaan (zie HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub c, in samenhang met paragraaf 4.1 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Wrakingsprotocol-rechtbank-Noord-Holland.pdf – zal de wrakingskamer verzoekster, zonder behandeling ter zitting, kennelijk niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek tot wraking van de kantonrechter.
3De beslissing
De rechtbank 3.1. verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr. Th.S. Röell en C.A.M. van der Heijden, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. F.L Zillinger Molenaar, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2020.[concipiënt_initialen] griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.