ECLI:NL:RBNHO:2020:8893 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/2583 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2020 in de zaak tussen [X] , te [Z] , eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst, Centrale administratieve processen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft bij brief van 29 april 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 24 april 2020 inzake de naheffingsaanslag/boetebeschikking met nummer [#] . Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting. Dit beroep zien mede op de opgelegde boete. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Awb, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:8893 · Rechtbank Noord-Holland: Procesverloop Eiser heeft bij brief van 29 april 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 24 april 2020 inzake de naheffingsaanslag/boetebeschikking met nummer [#] . Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting. Dit beroep zien mede op de opgelegde boete. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/2583 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2020 in de zaak tussen [X] , te [Z] , eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst, Centrale administratieve processen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft bij brief van 29 april 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 24 april 2020 inzake de naheffingsaanslag/boetebeschikking met nummer [#] . Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting. Dit beroep zien mede op de opgelegde boete. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 12 juni 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 13 juni 2020 is bezorgd en dat is getekend voor ontvangst.
4. Eiser heeft binnen de gestelde termijn geen gronden ingediend. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 6 november 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.