Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:7749 ECLI:NL:RBNHO:2020:7749 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:7749 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:7749
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 8562377 CV EXPL 20-2492 Uitspraakdatum: 7 oktober 2020 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: Poorter Managment & Investment B.V. gevestigd te Zaandam eiseres, verweerster in het incident verder te noemen: Poorter gemachtigde: gerechtsdeurwaarder K.W.A. van der Meer tegen Univé Noord-Holland Advies B.V. gevestigd te Heerhugowaard gedaagde, eiseres in het incident verder te noemen: Univé gemachtigde: mr. S. de Zwart 1Het procesverloop 1.1. Poorter heeft bij dagvaarding van 26 mei 2020 een vordering tegen Univé ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 843a Rv, artikel 22 Rv; ECLI:NL:RBNHO:2020:7749 · Rechtbank Noord-Holland: Univé heeft een incidentele conclusie genomen waarin een vordering uit hoofde van artikel 843a Rv is ingesteld en heeft geantwoord in de hoofdzaak. Poorter heeft schriftelijk gereageerd in het incident. 2De beoordeling van het incident 2.1. Univé is door Poorter aansprakelijk gesteld als assurantietussenpersoon op de grond dat Univé zonder ruggespraak met Poorter een aanvraagformulier voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor haar werknemer(s) onjuist heeft ingevuld, waardoor de verzekeraar bij wie de verzekering tot stand is gekomen, Goudse Schadeverzekeringen N.V. uitkering heeft geweigerd toen een werknemer van Poorter arbeidsongeschikt werd.

Keywords

AI generated
party to proceedings procedural objections compliance with the pre-litigation procedure procedural defect loss of procedural interest partial claim

Cited Legislation

AI generated
artikel 843a Rv
Univé heeft een incidentele conclusie genomen waarin een vordering uit hoofde van artikel 843a Rv is ingesteld en heeft geantwoord in de hoofdzaak.
artikel 22 Rv
in het geding brengt op grond van artikel 843a Rv dan wel artikel 22 Rv.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 8562377 CV EXPL 20-2492 Uitspraakdatum: 7 oktober 2020 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: Poorter Managment & Investment B.V. gevestigd te Zaandam eiseres, verweerster in het incident verder te noemen: Poorter gemachtigde: gerechtsdeurwaarder K.W.A. van der Meer tegen Univé Noord-Holland Advies B.V. gevestigd te Heerhugowaard gedaagde, eiseres in het incident verder te noemen: Univé gemachtigde: mr. S. de Zwart 1Het procesverloop 1.1. Poorter heeft bij dagvaarding van 26 mei 2020 een vordering tegen Univé ingesteld.

Univé heeft een incidentele conclusie genomen waarin een vordering uit hoofde van artikel 843a Rv is ingesteld en heeft geantwoord in de hoofdzaak. Poorter heeft schriftelijk gereageerd in het incident. 2De beoordeling van het incident 2.1. Univé is door Poorter aansprakelijk gesteld als assurantietussenpersoon op de grond dat Univé zonder ruggespraak met Poorter een aanvraagformulier voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor haar werknemer(s) onjuist heeft ingevuld, waardoor de verzekeraar bij wie de verzekering tot stand is gekomen, Goudse Schadeverzekeringen N.V. uitkering heeft geweigerd toen een werknemer van Poorter arbeidsongeschikt werd.

Poorter heeft in verband hiermee eerst Goudse Schadeverzekeringen N.V. in kort geding aangesproken tot betaling, maar deze vordering is afgewezen (ECLI:NL:RBDHA:2019:12059). 2.2. Univé vordert in dit geding dat Poorter het volledige procesdossier uit bedoelde kort geding procedure tegen Goudse Schadeverzekeringen N.V. in het geding brengt op grond van artikel 843a Rv dan wel artikel 22 Rv. Deze vordering is toewijsbaar. Dit procesdossier bestaat uit bescheiden bij het afschrift waarvan Univé een rechtmatig belang heeft, omdat het zowel in de procedure tegen Goudse Schadeverzekeringen N.V. als Univé gaat om de vraag welke informatie Poorter bij de aanvraag van de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft verstrekt.

In deze procedure kan daarom ook van belang zijn welke standpunten Poorter hierover heeft ingenomen en welke gegevens Poorter en Goudse Schadeverzekeringen N.V. hebben overgelegd in de eerder bedoelde kortgedingprocedure. De vordering zal derhalve worden toegewezen. 2.3. De proceskosten in het incident komen voor rekening Poorter, omdat hij ongelijk krijgt.

3De beslissing

De kantonrechter: in het incident 3.1. veroordeelt Poorter tot het verschaffen aan Univé van het volledige procesdossier in de zaak met nummer 8031711 CV EXPL 19-4223 (van de kort geding procedure, waarvan het vonnis is gepubliceerd onder ECLI:NL:RBDHA:2019:12059 binnen 14 dagen na heden; 3.2. veroordeelt Poorter in de kosten van het incident die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 480,- aan salaris van de gemachtigde van Univé; 3.3. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad; in de hoofdzaak 3.3. verwijst de zaak naar de rolzitting van 4 november 2020, alwaar Univé zich bij akte mag uitlaten over genoemd procesdossier, waarna Poorter een antwoordakte mag nemen; Dit vonnis is gewezen door M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter