Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:7515 ECLI:NL:RBNHO:2020:7515 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:7515 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:7515
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/2187 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 9 april 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 maart 2020. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:38 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:7515 · Rechtbank Noord-Holland: Procesverloop Eiser heeft op 9 april 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 maart 2020. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
timely postal transmission postal service validity of service inviolability of correspondence untimely restitution petition forfeiture of recourse rights

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 8:38 van de Awb
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb heeft de rechtbank deze brief nogmaals per gewone post naar het door eiser in zijn beroepschrift opgegeven adres toegezonden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/2187 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 9 april 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 maart 2020. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 48,-. Het griffierecht moet binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

3. De griffier heeft bij brief van 24 april 2020 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eiser heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekende brief van 23 mei 2020 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Deze brief heeft de rechtbank onbestelbaar retour ontvangen van het postbedrijf met de mededeling dat de brief niet is afgehaald van de PostNL locatie. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb heeft de rechtbank deze brief nogmaals per gewone post naar het door eiser in zijn beroepschrift opgegeven adres toegezonden.

4. Eiser heeft het griffierecht niet voldaan. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.

5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. De beslissing is uitgesproken op 3 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.