Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:7363 ECLI:NL:RBNHO:2020:7363 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:7363 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:7363
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 20/2303 en 20/2304 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2020 in de zaken tussen [X] , te [Z] , eiseres, en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 17 maart 2020, ontvangen door de rechtbank op 20 maart 2020, beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 12 februari 2020 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2017. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:7363 · Rechtbank Noord-Holland: Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 17 maart 2020, ontvangen door de rechtbank op 20 maart 2020, beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 12 februari 2020 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2017. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
effective service by post lack of signature reinstatement of unemployment benefits unpaid leave untimely termination restoration of deadline

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 20/2303 en 20/2304 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2020 in de zaken tussen [X] , te [Z] , eiseres, en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 17 maart 2020, ontvangen door de rechtbank op 20 maart 2020, beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 12 februari 2020 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2017. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 1 juli 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 2 juli 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiseres heeft niet gereageerd.

4. Eiseres heeft binnen de gestelde termijn geen gronden ingediend. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.

5. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.