Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:7002 ECLI:NL:RBNHO:2020:7002 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:7002 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:7002
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/2444 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak tussen [X 1] en [X 2] , te [Z] , eisers, en de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Eisers hebben op 8 maart 2020 tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder inzake kinderopvangtoeslag over het jaar 2015 een tweede bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Verweerder heeft dit aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 25 april 2020 op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan deze rechtbank doorgezonden. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBNHO:2020:7002 · Rechtbank Noord-Holland: Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 48. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

Keywords

AI generated
forfeiture of recourse rights insufficiently substantiated grievance time limits for seeking redress compensation for judicial errors waiver of wage claims reimbursement obligation

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Verweerder heeft dit aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 25 april 2020 op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan deze rechtbank doorgezonden.
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/2444 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak tussen [X 1] en [X 2] , te [Z] , eisers, en de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Eisers hebben op 8 maart 2020 tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder inzake kinderopvangtoeslag over het jaar 2015 een tweede bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Verweerder heeft dit aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 25 april 2020 op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan deze rechtbank doorgezonden. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. De rechtbank stelt voorop dat verweerder weliswaar het tweede bezwaarschrift heeft doorgezonden ter behandeling als beroepschrift, maar dat gelet op de inhoud van dit stuk getwijfeld kan worden of het de bedoeling van eisers is geweest om beroep in te stellen. Dit betekent dat het stuk mogelijk ten onrechte is doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank zal wel uitspraak doen, maar is van oordeel dat verweerder daarnaast het stuk van eisers in behandeling dient te nemen als verzoek om terug te komen op de beslissingen inzake de kinderopvangtoeslag 2012 en 2015.

3. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 48. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

4. De griffier heeft bij brief van 29 april 2020 eisers in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eisers hebben niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 28 mei 2020 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 4 juni 2020 is bezorgd.

4. Eisers hebben het griffierecht niet op tijd betaald. Eisers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.

5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.