Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:4910 ECLI:NL:RBNHO:2020:4910 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:4910 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:4910
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./repnr.: 8460780 \ AO VERZ 20-15 Uitspraakdatum: 18 juni 2020 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Event Rental Solutions B.V. gevestigd te Zaandam verzoekende partij verder te noemen: ERS gemachtigde: mr. M.G. Jansen tegen [verweerder] wonende te [woonplaats] verwerende partij verder te noemen: [verweerder] gemachtigde: mr. A.M. Feringa 1Het procesverloop 1.1. ERS heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:669 lid 3 BW, artikel 7:671b lid 9 BW; ECLI:NL:RBNHO:2020:4910 · Rechtbank Noord-Holland: Gelet op het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat [verweerder] ervoor heeft gekozen geen verweer te voeren en niet op de zitting te verschijnen. 4.3. ERS heeft aan het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten grondslag gelegd dat sprake is van een bedrijfseconomische reden. Volgens de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), kan op deze grond ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden verzocht, omdat het Uwv bij eerdergenoemde beslissing heeft geweigerd om aan ERS op die grond toestemming te geven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:671b lid 1, onderdeel b, BW). 4.4.

Keywords

AI generated
reduction of salary termination of benefits low pay redundancy waiver of wage claims pay rise

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:669 lid 3 BW
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is (artikel 7:669 lid 3 BW).
artikel 7:671b lid 9 BW
Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure (artikel 7:671b lid 9 BW).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./repnr.: 8460780 \ AO VERZ 20-15 Uitspraakdatum: 18 juni 2020 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Event Rental Solutions B.V. gevestigd te Zaandam verzoekende partij verder te noemen: ERS gemachtigde: mr. M.G. Jansen tegen [verweerder] wonende te [woonplaats] verwerende partij verder te noemen: [verweerder] gemachtigde: mr. A.M. Feringa 1Het procesverloop 1.1. ERS heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend. 1.2.

Op 18 juni 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. ERS en haar gemachtigde zijn verschenen. [verweerder] en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. 2De feiten 2.1. [verweerder], geboren [verweerder] 1986, is sinds 1 januari 2018 in dienst bij ERS. De functie van [verweerder] is algemeen medewerker met een salaris van € 1.850,00 bruto per maand. 2.2. In een beslissing van 19 februari 2020 heeft het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) aan ERS toestemming geweigerd om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te mogen opzeggen wegens bedrijfseconomische redenen. 3Het verzoek 3.1.

ERS verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege – kort gezegd – een bedrijfseconomische reden. 3.2. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet op zitting verschenen, en heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. 4.2. De kantonrechter overweegt dat [verweerder] geen verweerschrift heeft ingediend en ook niet op de zitting is verschenen. Omdat [verweerder] niet in de procedure is verschenen, zou een oproeping voor de zitting in beginsel bij aangetekende brief moeten plaatsvinden.

In dit geval ziet de kantonrechter reden om te bepalen dat kon worden volstaan met een oproeping bij gewone brief, zoals de rechtbank heeft gedaan met een brief van 6 mei 2020, en dat op het verzoek van ERS kan worden beslist zonder nadere oproeping of zitting. Vast staat immers dat de gemachtigde van [verweerder] telefonisch contact heeft gehad met de griffie van de locatie Zaanstad van de rechtbank en met de gemachtigde van ERS, en dat uit dit contact is gebleken dat de gemachtigde van [verweerder] op de hoogte is van datum en tijdstip van de zitting en van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.

Gelet op het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat [verweerder] ervoor heeft gekozen geen verweer te voeren en niet op de zitting te verschijnen. 4.3. ERS heeft aan het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten grondslag gelegd dat sprake is van een bedrijfseconomische reden. Volgens de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), kan op deze grond ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden verzocht, omdat het Uwv bij eerdergenoemde beslissing heeft geweigerd om aan ERS op die grond toestemming te geven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:671b lid 1, onderdeel b, BW). 4.4.

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is (artikel 7:669 lid 3 BW). Naar het oordeel van de kantonrechter is er een redelijke grond voor ontbinding. ERS heeft namelijk voldoende gemotiveerd en onderbouwd dat sprake is van een bedrijfseconomische reden voor het vervallen van de arbeidsplaats van [verweerder] en dat herplaatsing niet mogelijk is. [verweerder] heeft daartegen ook geen verweer gevoerd. 4.5. De conclusie is daarom dat de kantonrechter het verzoek van ERS zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden.

Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 augustus 2020. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure (artikel 7:671b lid 9 BW). 4.6. Ook het verzoek van ERS om te bepalen dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding van € 1.609,50 bruto kan worden toegewezen, omdat daarover geen geschil bestaat. 4.7. De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

5De beslissing

De kantonrechter: 5.1. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2020; 5.2. bepaalt dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding van € 1.609,50 bruto; 5.3. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt; 5.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter