Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:4724 ECLI:NL:RBNHO:2020:4724 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:4724 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:4724
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/792 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2020 in de zaak tussen [X] , eiseres (gestelde gemachtigde: [A] ), en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 20 december 2019, ter griffie binnengekomen op 31 december 2019, beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:4724 · Rechtbank Noord-Holland: Eiseres heeft geen kopie van het besluit bijgevoegd bij het beroepschrift. Eiseres heeft evenmin het beroepsschrift voorzien van de adresgegevens van eiseres en een schriftelijke machtiging overgelegd. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 18 februari 2020 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiseres niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Deze brief heeft de rechtbank retour ontvangen van het postbedrijf met de mededeling dat deze brief niet is afgehaald. Vervolgens heeft de griffier deze brief, als bedoeld in artikel 8:38, eerste lid, van de Awb, overeenkomstig het bepaalde in dat artikel ter kennisname per gewone post verzonden.

Keywords

AI generated
untimely restitution petition timeliness of filing unjustified procedural delay late notice of dismissal time-bar of revision request non-renewal of contract

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/792 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2020 in de zaak tussen [X] , eiseres (gestelde gemachtigde: [A] ), en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 20 december 2019, ter griffie binnengekomen op 31 december 2019, beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Awb bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. Eiseres heeft geen kopie van het besluit bijgevoegd bij het beroepschrift. Eiseres heeft evenmin het beroepsschrift voorzien van de adresgegevens van eiseres en een schriftelijke machtiging overgelegd. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 18 februari 2020 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiseres niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Deze brief heeft de rechtbank retour ontvangen van het postbedrijf met de mededeling dat deze brief niet is afgehaald. Vervolgens heeft de griffier deze brief, als bedoeld in artikel 8:38, eerste lid, van de Awb, overeenkomstig het bepaalde in dat artikel ter kennisname per gewone post verzonden.

4. Bij brief van 18 maart 2020 heeft eiseres de rechtbank verzocht om een langere termijn om de verzuimen te herstellen. Bij brief van 23 maart 2020 heeft de rechtbank aan eiseres medegedeeld dat de rechtbank uitstel verleent tot 4 weken na de datum van deze brief. Eiseres heeft de opgevraagde stukken niet binnen de gestelde termijn overgelegd.

5. Eiseres heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging.

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 3 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.