Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:4103 ECLI:NL:RBNHO:2020:4103 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:4103 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:4103
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/4333 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2020 in de zaak tussen [eiser] te [woonplaats] , eiser en Centraal administratie Kantoor, afdeling bezwaar en beroep, verweerder. Procesverloop Eiser heeft bij brief van 16 juli 2019 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 januari 2019 (het bestreden besluit) een tweede bezwaarschrift ingediend. Verweerder heeft deze brief aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 19 september 2019 op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan deze rechtbank doorgezonden. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb, artikel 6:7 van de Awb, artikel 6:11 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:4103 · Rechtbank Noord-Holland: De rechtbank heeft eiser bij brief van 2 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken na dagtekening van die brief schriftelijk te laten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Eiser heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank eiser bij brief van 17 december 2019 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen 1 week na dagtekening van die brief schriftelijk te laten weten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend.

Keywords

AI generated
untimely request for extension missed deadline late objection to debt enforcement time limit for revision late notice of dismissal restoration of time limit

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Verweerder heeft deze brief aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 19 september 2019 op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan deze rechtbank doorgezonden.
artikel 8:54 van de Awb
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
artikel 6:7 van de Awb
Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken.
artikel 6:11 van de Awb
Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/4333 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2020 in de zaak tussen [eiser] te [woonplaats] , eiser en Centraal administratie Kantoor, afdeling bezwaar en beroep, verweerder. Procesverloop Eiser heeft bij brief van 16 juli 2019 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 januari 2019 (het bestreden besluit) een tweede bezwaarschrift ingediend. Verweerder heeft deze brief aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 19 september 2019 op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan deze rechtbank doorgezonden. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.

2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.

3. De dagtekening van het bestreden besluit is 2 januari 2019. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 13 februari 2019.

4. Eiser heeft het beroep op 16 juli 2019 ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.

5. De rechtbank heeft eiser bij brief van 2 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken na dagtekening van die brief schriftelijk te laten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Eiser heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank eiser bij brief van 17 december 2019 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen 1 week na dagtekening van die brief schriftelijk te laten weten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend.

6. Eiser heeft bij brief van 1 maart 2020, ter griffie binnengekomen op 3 maart 2020, gereageerd. Dat is niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn.

7. Eiser heeft niet verzocht om uitstel van de gestelde termijn en heeft pas na afloop van de termijn gereageerd. Er is dus niet gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding.

8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 4 juni 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.