ECLI:NL:RBNHO:2020:4099 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/642 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres gemachtigde: mr. M. Raaijmakers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 29 januari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 12 december 2019. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:4099 · Rechtbank Noord-Holland: Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 6 februari 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 7 februari 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/642 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres gemachtigde: mr. M. Raaijmakers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 29 januari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 12 december 2019. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 6 februari 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 7 februari 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
4. Eiseres heeft op 8 april 2020 de opgevraagde stukken ingediend. Dat is niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn.
5. Eiseres heeft niet verzocht om uitstel van de gestelde termijn en heeft pas na afloop van de termijn de opgevraagde stukken ingediend. Er is dus niet gebleken van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 4 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.