Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:3610 ECLI:NL:RBNHO:2020:3610 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:3610 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:3610
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7940576 \ CV FORM 19-10820 Uitspraakdatum: 29 april 2020 Beschikking in de zaak van: [passagier] , wonende te [woonplaats] ( [land] ) verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar het recht van het land van haar vestiging Ryanair Limited, gevestigd te Dublin (Ierland) verwerende partij verder te noemen: Ryanair gemachtigde: mr. A.C.J. Houwers 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 29 juli 2019; het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 23 augustus 2019; schriftelijke reactie van de passagier, ingekomen ter griffie op 20 november 2019; schriftelijke reactie van Ryanair, ingekomen ter griffie op 18 december 2019. 2De feiten 2.1.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:3610 · Rechtbank Noord-Holland: Ryanair voert aan dat de Verordening niet van toepassing is in het onderhavige geval, omdat de passagier gratis heeft gereisd met vlucht FR3105. 4.3. Anders dan de passagier is de kantonrechter van oordeel dat de passagier gratis heeft gereisd met vlucht FR3105. Op grond van artikel 3 lid 3 van de Verordening is de Verordening dan ook niet van toepassing. Dat de passagier wel een vliegticket heeft aangeschaft voor vlucht FR3006 maakt dit niet anders aangezien de passagier heeft nagelaten zich tijdig met de juiste documenten voor deze vlucht bij de incheckbalie te melden.

Keywords

AI generated
compensation and assistance to passengers reimbursement of transport costs airport noise compensation travel insurance air transport commercial traveller contract
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7940576 \ CV FORM 19-10820 Uitspraakdatum: 29 april 2020 Beschikking in de zaak van: [passagier] , wonende te [woonplaats] ( [land] ) verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar het recht van het land van haar vestiging Ryanair Limited, gevestigd te Dublin (Ierland) verwerende partij verder te noemen: Ryanair gemachtigde: mr. A.C.J. Houwers 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 29 juli 2019; het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 23 augustus 2019; schriftelijke reactie van de passagier, ingekomen ter griffie op 20 november 2019; schriftelijke reactie van Ryanair, ingekomen ter griffie op 18 december 2019. 2De feiten 2.1.

De passagier heeft met Ryanair een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Ryanair de passagier diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Dublin met vluchtnummer FR3006 op 14 augustus 2017. 2.2. De passagier is kosteloos omgeboekt naar vlucht FR3105. 2.3. Vlucht FR3105 heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen. 2.4. De passagier heeft compensatie van Ryanair verzocht in verband met voornoemde vertraging. 2.5. Ryanair heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3Het verzoek en het verweer 3.1. De passagier verzoekt Ryanair te veroordelen tot betaling van: - € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten. 3.2.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). 3.3. De passagier stelt dat Ryanair vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

Daarnaast maakt de passagier aanspraak op betaling door Ryanair van de wettelijke rente. 3.4. Ryanair betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. Niet in geschil is dat de passagier kosteloos is omgeboekt door Ryanair van vlucht FR3006 naar vlucht FR3105, omdat hij zijn paspoort thuis was vergeten en daardoor niet meer kon meevliegen met vlucht FR3006.

Ryanair voert aan dat de Verordening niet van toepassing is in het onderhavige geval, omdat de passagier gratis heeft gereisd met vlucht FR3105. 4.3. Anders dan de passagier is de kantonrechter van oordeel dat de passagier gratis heeft gereisd met vlucht FR3105. Op grond van artikel 3 lid 3 van de Verordening is de Verordening dan ook niet van toepassing. Dat de passagier wel een vliegticket heeft aangeschaft voor vlucht FR3006 maakt dit niet anders aangezien de passagier heeft nagelaten zich tijdig met de juiste documenten voor deze vlucht bij de incheckbalie te melden.

De passagier heeft aldus door eigen toedoen geen gebruik kunnen maken van zijn vliegticket voor vlucht FR3006. Dat Ryanair dusdanig coulant is geweest dat zij de passagier kosteloos heeft omgeboekt naar een latere vlucht, die vanwege omstandigheden met vertraging is uitgevoerd, dient naar het oordeel van de kantonrechter dan ook niet voor rekening van Ryanair te komen. 4.4. Op hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd zal de kantonrechter niet ingaan omdat dit niet tot een andere beslissing leidt. 4.5. De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat deze ongelijk krijgt.

Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de Ryanair worden gemaakt.

5De beslissing

De kantonrechter: 5.1. wijst het verzochte af; 5.2. veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Ryanair tot en met vandaag worden begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde en een bedrag van € 18,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de Ryanair worden gemaakt. Deze beschikking is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open