Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:3439 ECLI:NL:RBNHO:2020:3439 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:3439 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:3439
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/1537 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 23 maart 2020 digitaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door verweerder. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBNHO:2020:3439 · Rechtbank Noord-Holland: Verder merkt de rechtbank op dat eiser, gelet op de artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, ook in verzuim is geweest binnen de gestelde termijn een afschrift van het bezwaarschrift waarop het geschil betrekking heeft en een kopie van de ingebrekestelling over te leggen. Bij aangetekend verzonden brief van 24 maart 2020 is eiser gewezen op deze verzuimen en is hij verzocht om dit uiterlijk binnen twee weken na datum van verzending te herstellen. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 25 maart 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft niet gereageerd.

Keywords

AI generated
timeliness of filing time limits for seeking redress untimely notification of defects statement of claim insufficiently substantiated grievance written service

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/1537 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 23 maart 2020 digitaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door verweerder. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb € 178,-. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

3. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 25 maart 2020 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Hierbij is vermeld dat, indien eiser niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 27 maart 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft niet gereageerd.

4. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.

5. Verder merkt de rechtbank op dat eiser, gelet op de artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, ook in verzuim is geweest binnen de gestelde termijn een afschrift van het bezwaarschrift waarop het geschil betrekking heeft en een kopie van de ingebrekestelling over te leggen. Bij aangetekend verzonden brief van 24 maart 2020 is eiser gewezen op deze verzuimen en is hij verzocht om dit uiterlijk binnen twee weken na datum van verzending te herstellen. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 25 maart 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft niet gereageerd.

6. Eiser heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor deze verzuimen.

7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.