Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:2996 ECLI:NL:RBNHO:2020:2996 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:2996 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:2996
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/441 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2020 in de zaak tussen [X] B.V., te [Z] , eiseres, (gestelde gemachtigde: [A] ), en de directeur van de Dienst Belastingen van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 29 november 2019 beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:2996 · Rechtbank Noord-Holland: Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 29 november 2019 beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
timeliness of filing service of process time limits for seeking redress late objection to debt enforcement authorization to sue lack of signature

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/441 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2020 in de zaak tussen [X] B.V., te [Z] , eiseres, (gestelde gemachtigde: [A] ), en de directeur van de Dienst Belastingen van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 29 november 2019 beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Awb bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. Eiseres heeft geen kopieën van de bestreden besluiten waar het beroep zich tegen richt overgelegd. Eiseres heeft evenmin een uittreksel uit het handelsregister, een kopie van de statuten en de gevraagde machtiging overgelegd. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 24 januari 2020 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiseres niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek heeft uitgewezen dat deze brief op 25 januari 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiseres heeft niet gereageerd.

4. Eiseres heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen.

5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 24 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.