Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:2722 ECLI:NL:RBNHO:2020:2722 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:2722 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:2722
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:2722 · Rechtbank Noord-Holland: Met dagtekening 25 januari 2019 is aan eiser de aanslag met de onderhavige rentebeschikking opgelegd. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet verleend. In geschil is of dat terecht is.

Keywords

AI generated
non-compliance with inspection regulations review of compatibility restricted right of inspection inspection fee income assessment base rent deduction in supplementary benefits
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Noord-Holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/5089 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2020 in de zaak tussen [X] , wonende te [Z] , eiser en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 30 augustus 2019 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2016 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.140 zonder toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en tegen de beschikking belastingrente.

Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote, [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door P. Keizer en mr. M.L.M. Wassenaar-Payens. Beslissing De rechtbank: ­ verklaart het beroep gegrond; ­ vernietigt de uitspraak op bezwaar; ­ vermindert de belastingaanslag tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.140, met toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting ten bedrage van € 2,769, vernietigt de beschikking tot het in rekening brengen van belastingrente en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

­ draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden. Overwegingen 1. Voor het jaar 2016 heeft eiser een belastbaar inkomen uit werk en woning aangegeven van € 43.140 en in de aangifte aanspraak gemaakt op de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

2. Met dagtekening 25 januari 2019 is aan eiser de aanslag met de onderhavige rentebeschikking opgelegd. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet verleend. In geschil is of dat terecht is.

3. Ter zitting heeft verweerder zich aangesloten bij het standpunt van eiser dat eiser recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting nu hij, gelet op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, aannemelijk acht dat zoon [B] van eiser gedurende ten minste zes maanden in het jaar 2016 doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in het huishouden van eiser verbleef.

4. Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond. De aanslag wordt daarom verminderd tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.140 met toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de rentebeschikking wordt vernietigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding omdat gesteld noch gebleken is dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2020. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep.