Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:2582 ECLI:NL:RBNHO:2020:2582 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:2582 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:2582
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 18/5573 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2020 in de zaak tussen de vennootschap onder firma Firma [eiser 1], gevestigd te [plaats 1] , [eiser 2] en [eiser 3] , beiden te [plaats 2] , eisers (gemachtigde: mr. S. Smit) en het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder. Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Bergen, te Bergen. Procesverloop Bij besluit van 5 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor het aanleggen en in gebruik hebben van een sportcomplex met vijf voetbalvelden (twee van kunstgras en drie van natuurgras) en een gebouw voor een kantine/kleedruimte op gronden gelegen aan de Van Oldenborghweg 1 te Egmond aan den Hoef.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:13 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:2582 · Rechtbank Noord-Holland: Op grond van de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Awb wordt het ontwerpbesluit ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht. Op grond van artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.

Keywords

AI generated
public access to proceedings public inspection of plans dissemination of knowledge misleading advice digital divide digital literacy

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:13 van de Awb
Op grond van artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 18/5573 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2020 in de zaak tussen de vennootschap onder firma Firma [eiser 1], gevestigd te [plaats 1] , [eiser 2] en [eiser 3] , beiden te [plaats 2] , eisers (gemachtigde: mr. S. Smit) en het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder. Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Bergen, te Bergen. Procesverloop Bij besluit van 5 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor het aanleggen en in gebruik hebben van een sportcomplex met vijf voetbalvelden (twee van kunstgras en drie van natuurgras) en een gebouw voor een kantine/kleedruimte op gronden gelegen aan de Van Oldenborghweg 1 te Egmond aan den Hoef.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Verweerder heeft bij het besteden besluit toepassing gegeven aan het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (PAS) en er is een AERIUS-berekening gemaakt van de stikstofdepositie van het project. Voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevolgd.

3. Op grond van de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Awb wordt het ontwerpbesluit ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht. Op grond van artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.

4. Vast staat dat eisers geen zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerpbesluit. De rechtbank moet dus beoordelen of het eisers redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij dat niet gedaan hebben. Daarvan kan sprake zijn als er in het bestreden besluit wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpbesluit waardoor eisers in een nadeliger positie zijn komen te verkeren, of als hen anderszins redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij niet tijdig een zienswijze naar voren hebben gebracht.

5. Eisers voeren aan dat het niet indienen van een zienswijze verschoonbaar is, omdat het ontwerpbesluit niet op een voor hen kenbare wijze is bekendgemaakt. Het ontwerpbesluit is gepubliceerd in een huis-aan-huis-blad dat in Heiloo en niet in Egmond wordt bezorgd.

6. Verweerder stelt dat het ontwerpbesluit van 28 september 2018 tot en met 8 november 2018 ter inzage heeft gelegen en dat van de terinzagelegging kennis is gegeven in huis-aan-huis-blad De Uitkijkpost van 26 september 2018. Verweerder stelt dat het verspreidingsgebied van De Uitkijkpost ook Egmond aan den Hoef omvat en verwijst ter onderbouwing van dit standpunt naar bijlage 20 (de rechtbank leest: bijlage 21).

7. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat eisers niet kan worden verweten dat zij tegen het ontwerpbesluit geen zienswijze hebben ingediend. Vast staat dat voorafgaand aan de terinzagelegging in het plaatselijk blad De Uitkijkpost kennis is gegeven van het ontwerpbesluit, zodat is voldaan aan artikel 3:12, eerste lid, van de Awb. Verweerder heeft daarbij inzichtelijk gemaakt dat Egmond aan den Hoef binnen het verspreidingsgebied van dit blad ligt.

8. Gelet op het voorgaande is het beroep van eisers kennelijk niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 6 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van verzending van die uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.