Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:2581 ECLI:NL:RBNHO:2020:2581 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:2581 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:2581
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/307 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: M. de Jong), en Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder. Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Bergen, te Bergen. Procesverloop Bij besluit van 5 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor het realiseren van een sportcomplex met vijf voetbalvelden (twee van kunstgras en drie van natuurgras) en een gebouw voor een kantine/kleedruimte op gronden gelegen aan de Van Oldenborghweg 1 nabij Egmond aan den Hoef. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:13 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:2581 · Rechtbank Noord-Holland: De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat eiser niet kan worden verweten dat hij tegen het ontwerpbesluit geen zienswijze heeft ingediend. Vast staat dat voorafgaand aan de terinzagelegging in het plaatselijk blad De Uitkijkpost kennis is gegeven van het ontwerpbesluit, zodat is voldaan aan artikel 3:12, eerste lid, van de Awb. Verweerder heeft inzichtelijk gemaakt dat Egmond aan den Hoef binnen het verspreidingsgebied van dit blad ligt. De omstandigheid dat het ontwerpbesluit niet ook is gepubliceerd in het provinciaal blad, doet aan het voorgaande niet af. De Awb stelt die eis niet.

Keywords

AI generated
planning permission variance nature conservation permit admission to health insurance practice building permit extension outdated medical report standing against building permit

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:13 van de Awb
Op grond van artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/307 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: M. de Jong), en Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder. Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Bergen, te Bergen. Procesverloop Bij besluit van 5 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor het realiseren van een sportcomplex met vijf voetbalvelden (twee van kunstgras en drie van natuurgras) en een gebouw voor een kantine/kleedruimte op gronden gelegen aan de Van Oldenborghweg 1 nabij Egmond aan den Hoef. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Verweerder heeft bij het besteden besluit toepassing gegeven aan het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (PAS) en is een AERIUS-berekening gemaakt van de stikstofdepositie van het project. Voor het bestreden besluit is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevolgd.

3. Op grond van de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Awb wordt het ontwerpbesluit ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht. Op grond van artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.

4. Vast staat dat eiser geen zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit. De rechtbank moet dus beoordelen of het eiser redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij dat niet gedaan hebben. Daarvan kan sprake zijn als er in het bestreden besluit wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpbesluit waardoor eiser in een nadeliger positie zijn komen te verkeren, of als hem anderszins redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren hebben gebracht.

5. Eiser voert aan dat het niet indienen van een zienswijze verschoonbaar is, omdat het ontwerp niet op een voor hem kenbare wijze is bekendgemaakt. Het is niet gepubliceerd in het gebruikelijke huis-aan-huis-blad en evenmin geplaatst in het provinciaal blad.

6. Verweerder stelt dat het ontwerpbesluit van 28 september 2018 tot en met 8 november 2018 ter inzage heeft gelegen en dat van de terinzagelegging kennis is gegeven in het huis-aan-huis-blad De Uitkijkpost van 26 september 2018. Verweerder stelt verder dat het verspreidingsgebied van De Uitkijkpost ook Egmond aan den Hoef omvat en verwijst ter onderbouwing van dit standpunt naar bijlage 20.

7. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat eiser niet kan worden verweten dat hij tegen het ontwerpbesluit geen zienswijze heeft ingediend. Vast staat dat voorafgaand aan de terinzagelegging in het plaatselijk blad De Uitkijkpost kennis is gegeven van het ontwerpbesluit, zodat is voldaan aan artikel 3:12, eerste lid, van de Awb. Verweerder heeft inzichtelijk gemaakt dat Egmond aan den Hoef binnen het verspreidingsgebied van dit blad ligt. De omstandigheid dat het ontwerpbesluit niet ook is gepubliceerd in het provinciaal blad, doet aan het voorgaande niet af. De Awb stelt die eis niet.

8. Gelet op het voorgaande is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 6 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van verzending van die uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.