Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:11893 ECLI:NL:RBNHO:2020:11893 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:11893 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:11893
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Grosse verzonden op: Zaaknr./rolnr.: 8902942 \ CV EXPL 20-6607 / ej Uitspraakdatum: 30 december 2020 Verstekvonnis in de zaak van: [eiseres] te [woonplaats] de eisende partij gemachtigde: Pranger Gerechtsdeurwaarders tegen 1. [gedaagde 1] 2 [gedaagde 2] , vennoot van gedaagde sub 1 3 [gedaagde 3] , vennoot van gedaagde sub 1 te [woonplaats] de gedaagde partijen niet verschenen De procedure De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:11893 · Rechtbank Noord-Holland: [gedaagde 1] 2 [gedaagde 2] , vennoot van gedaagde sub 1 3 [gedaagde 3] , vennoot van gedaagde sub 1 te [woonplaats] de gedaagde partijen niet verschenen De procedure De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Grosse verzonden op: Zaaknr./rolnr.: 8902942 \ CV EXPL 20-6607 / ej Uitspraakdatum: 30 december 2020 Verstekvonnis in de zaak van: [eiseres] te [woonplaats] de eisende partij gemachtigde: Pranger Gerechtsdeurwaarders tegen 1. [gedaagde 1] 2 [gedaagde 2] , vennoot van gedaagde sub 1 3 [gedaagde 3] , vennoot van gedaagde sub 1 te [woonplaats] de gedaagde partijen niet verschenen De procedure De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend.

De beoordeling De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald. De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gedaagde partijen worden overwegend in het ongelijk gesteld en zullen daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De beslissing De kantonrechter: veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling aan de eisende partij van € 6.677,21, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.002,10 vanaf 20 oktober 2020 tot aan de dag van de gehele betaling; veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, zoals hiervoor vermeld, tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 114,87 wegens dagvaardingskosten, € 236,00 wegens griffierecht en € 300,00 wegens salaris gemachtigde; verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.