Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:10875 ECLI:NL:RBNHO:2020:10875 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:10875 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:10875
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/3799 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [X] , te [Z] , eiser (gestelde gemachtigde: B. Chanhih), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 juni 2020 inzake de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014, beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb, artikel 8:38 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:10875 · Rechtbank Noord-Holland: Chanhih), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 juni 2020 inzake de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014, beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
administrative dismissal administrative default forfeiture of administrative claim administrative revocation of decision timeliness of recusal request authorization to sue

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
artikel 8:38 van de Awb
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb heeft de griffier deze brief aan de gestelde gemachtigde ter kennisname per gewone post toegezonden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/3799 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [X] , te [Z] , eiser (gestelde gemachtigde: B. Chanhih), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 juni 2020 inzake de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014, beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. B. Chanhih heeft bij het beroepschrift geen machtiging gevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens [X] . De rechtbank heeft B. Chanhih bij aangetekende brief van 5 augustus 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd met de mededeling “niet afgehaald”. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb heeft de griffier deze brief aan de gestelde gemachtigde ter kennisname per gewone post toegezonden. Eiser noch de gestelde gemachtigde heeft binnen die termijn een machtiging ingediend.

4. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.

5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier, op 22 december 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.