Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2020:10393 ECLI:NL:RBNHO:2020:10393 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2020:10393 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2020:10393
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/3853 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2020 in de zaak tussen [X] , eiseres (gemachtigde: M.S.W.J. Beemster), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 29 mei 2020 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gericht tegen de aanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2019 t/m 30 juni 2019 niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft bij brief van 6 juli 2020 tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2020:10393 · Rechtbank Noord-Holland: Beemster), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 29 mei 2020 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gericht tegen de aanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2019 t/m 30 juni 2019 niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft bij brief van 6 juli 2020 tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
untimely restitution petition timely postal transmission unjustified procedural delay time limits for seeking redress late submission preclusion untimely notification of defects

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/3853 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2020 in de zaak tussen [X] , eiseres (gemachtigde: M.S.W.J. Beemster), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 29 mei 2020 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gericht tegen de aanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2019 t/m 30 juni 2019 niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft bij brief van 6 juli 2020 tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank heeft bij aangetekende brief van 14 augustus 2020 eiseres erop gewezen dat de gronden van het beroep in ieder geval betrekking moeten hebben op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar. De rechtbank heeft eiseres in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Eiseres heeft bij brief van 10 september 2020 gereageerd. De rechtbank concludeert uit de ingediende stukken van eiseres dat deze inhoudelijke gronden betreffen en niet zien op het niet-ontvankelijk verklaren van haar bezwaarschrift. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 16 december 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.