Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2019:8031 ECLI:NL:RBNHO:2019:8031 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2019:8031 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2019:8031
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rekestnummer: C/15/292595 / KG RK 19-572 Beschikking van de voorzieningenrechter van 21 augustus 2019 in de zaak van [verzoeker] , [woonplaats], verzoeker, advocaat: mr. V.E. de Haas te Schagen en 1. de maatschap [gerekwestreerde] , [woonplaats], 2. [gerekwestreerde], [woonplaats] 3. [gerekwestreerde], [woonplaats], gerekwestreerden. Partijen worden hierna aangeduid als verzoeker en gerekwestreerden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2019:8031 · Rechtbank Noord-Holland: De voorzieningenrechter heeft verzoeker gevraagd om nader te onderbouwen waarom het noodzakelijk was dat er voor de gestelde vordering conservatoir beslag zouden moeten worden gelegd. In een aanvullend verzoekschrift heeft verzoeker een nadere toelichting gegeven. 2.2. Uit het verzoekschrift en de door verzoeker overgelegde stukken blijkt het volgende. Verzoeker heeft met gerekwestreerden in 2017 een overeenkomst gesloten. Verzoeker heeft daarbij 9,7 ha. land verhuurd aan gerekwestreerden. Hij heeft hiervoor aan de gerekwestreerden een bedrag van € 19.885,- in rekening gebracht bij factuur van 24 augustus 2017.

Keywords

AI generated
financial provisions bank guarantee claim event banking policy suspension of insurance cover frozen bank accounts redraft
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rekestnummer: C/15/292595 / KG RK 19-572 Beschikking van de voorzieningenrechter van 21 augustus 2019 in de zaak van [verzoeker] , [woonplaats], verzoeker, advocaat: mr. V.E. de Haas te Schagen en 1. de maatschap [gerekwestreerde] , [woonplaats], 2. [gerekwestreerde], [woonplaats] 3. [gerekwestreerde], [woonplaats], gerekwestreerden. Partijen worden hierna aangeduid als verzoeker en gerekwestreerden.

1De procedure

Op 20 augustus 2019 is bij het bureau voorzieningenrechter van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift van verzoeker, strekkende tot het leggen van conservatoir derdenbeslag. Na telefonisch contact met de griffier heeft verzoeker op 20 augustus 2019 een aanvullend verzoekschrift toegezonden. 2De gronden 2.1. Het eerste verzoek van 20 augustus 2019 strekte tot het verkrijgen van verlof om conservatoir derdenbeslag te mogen leggen onder de bankinstelling van gerekwestreerde voor een door verzoeker begrote vordering van € 31.500,-. Dat verlof is niet verleend.

De voorzieningenrechter heeft verzoeker gevraagd om nader te onderbouwen waarom het noodzakelijk was dat er voor de gestelde vordering conservatoir beslag zouden moeten worden gelegd. In een aanvullend verzoekschrift heeft verzoeker een nadere toelichting gegeven. 2.2. Uit het verzoekschrift en de door verzoeker overgelegde stukken blijkt het volgende. Verzoeker heeft met gerekwestreerden in 2017 een overeenkomst gesloten. Verzoeker heeft daarbij 9,7 ha. land verhuurd aan gerekwestreerden. Hij heeft hiervoor aan de gerekwestreerden een bedrag van € 19.885,- in rekening gebracht bij factuur van 24 augustus 2017.

Gerekwestreerden hebben dat bedrag onbetaald gelaten. 2.3. Verzoeker heeft gerekwestreerden op 5 maart 2018 aangemaand, waarna evenmin betaling is gevolgd. Ook na aanmaning op 19 augustus 2019 door de advocaat van verzoeker hebben gerekwestreerden niet betaald. 2.4. In de nadere toelichting voert verzoeker het volgende aan.“Verzoeker vreest dat wanneer hij eerst gaat dagvaarden en na een veroordelend vonnis tot executoriaal beslag overgaat, gerekwestreerden er voor zullen zorgdragen dat hun tegoeden bij de ABN AMRO Bank voordien tot nihil zullen zijn teruggebracht zodat hij bij een veroordelend vonnis alsnog het nakijken heeft.” 2.5.

Verzoeker stelt dat gerekwestreerden niet tot betaling van de openstaande factuur is overgegaan en dat verzoeker daarom genoodzaakt is om gerekwestreerden in rechte te betrekken. Dat is juist, maar nog geen grond om conservatoir beslag te mogen leggen. Hoewel er bij het verzoek tot het leggen van een conservatoir derdenbeslag geen vrees voor verduistering behoeft te worden gesteld, dient in het beslagrekest wel te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is. Dat wordt ook vermeld in de Beslagsyllabus, augustus 2019, A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 4:

“In het beslagrekest zal moeten worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is”. 2.6. Mede gelet op de gevolgen die een beslag onder een bankinstelling voor gerekwestreerden kan hebben is de voorzieningenrechter van oordeel dat de noodzaak om het verhaal voor de gestelde vordering door middel van een conservatoir beslag te verzekeren onvoldoende is onderbouwd. Indien de door verzoeker gegeven toelichting als voldoende zou worden beoordeeld, zou iedere schuldeiser die redenering kunnen hanteren en zou de voorwaarde in de Beslagsyllabus zinledig worden.

Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3De beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos op 21 augustus 2019. type: ljs coll: nb