Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2019:2560 ECLI:NL:RBNHO:2019:2560 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2019:2560 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2019:2560
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer, locatie Alkmaar zaaknummer: C /15/286615/ HA RK 19/64 datum uitspraak : 27 maart 2019 BESLISSING op het schriftelijke verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] wonende te [woonplaats], hierna te noemen: verzoeker, tegen de rechtbank Noord-Holland. 1PROCESVERLOOP 1.1. Op 14 september 2018 heeft verzoeker bij de sector bestuursrecht, afdeling belastingzaken, van de rechtbank Noord-Holland, een beroepschrift ingediend. In dat beroepschrift staat op de eerste bladzijde een mededeling, die de rechtbank niet eerder was opgevallen, maar nu als een wrakingsverzoek is onderkend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 8:16 lid 2 AWB; ECLI:NL:RBNHO:2019:2560 · Rechtbank Noord-Holland: Het dossier is op 27 maart 2019 in handen gesteld van de wrakingskamer van deze rechtbank, locatie Alkmaar. 1.2. De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek door de wrakingskamer. 2BEOORDELING VAN HET VERZOEK 2.1. Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.

Keywords

AI generated
dismissal of fraud charges lack of prosecutorial standing disqualification of attorney right to a decision complexity of proceedings order of abandonment of proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
artikel 8:16 lid 2 AWB
Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 8:16 lid 2 AWB gemotiveerd te zijn.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer, locatie Alkmaar zaaknummer: C /15/286615/ HA RK 19/64 datum uitspraak : 27 maart 2019 BESLISSING op het schriftelijke verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] wonende te [woonplaats], hierna te noemen: verzoeker, tegen de rechtbank Noord-Holland. 1PROCESVERLOOP 1.1. Op 14 september 2018 heeft verzoeker bij de sector bestuursrecht, afdeling belastingzaken, van de rechtbank Noord-Holland, een beroepschrift ingediend. In dat beroepschrift staat op de eerste bladzijde een mededeling, die de rechtbank niet eerder was opgevallen, maar nu als een wrakingsverzoek is onderkend.

Het dossier is op 27 maart 2019 in handen gesteld van de wrakingskamer van deze rechtbank, locatie Alkmaar. 1.2. De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek door de wrakingskamer. 2BEOORDELING VAN HET VERZOEK 2.1. Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.

Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. 2.2. Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 8:16 lid 2 AWB gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn. 2.3. Het verzoek luidt als volgt:“Wij wraken de rechtbank Noord-Holland vanwege onderstaande gronden en verzoeken verwijzing naar een rechtbank die niet betrokken is bij de onderhavige bloembollen Faillissement fraudes.” Aangezien het verzoek niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.

Het onderhavige verzoek tot wraking is gericht tot alle rechters van de rechtbank Noord-Holland. Omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid tot wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van zaak, dient verzoeker reeds om die reden kennelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek tot wraking van alle rechters van de rechtbank Noord-Holland. Verwezen wordt naar de arresten van de Hoge Raad van 18 december 1998 (NJ 1999, 271) en 9 mei 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5777). 2.4. Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden onder: www.rechtspraak.nl/Organisatie en contact/Rechtbanken/Rechtbank Noord-Holland/Meer regels en procedures/Regelingen – zal de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. 3Beslissing De rechtbank: 3.1. verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk; 3.2. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden; 3.3. beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek en beveelt dat de zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team bestuursrecht, rechtbank Noord-Holland.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, en mr. H.E.C. de Wit en mr. S.W.S. Kiliç, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Bruijn, griffier, ter openbare terechtzitting van 27 maart 2019. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.