Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2018:1774 ECLI:NL:RBNHO:2018:1774 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2018:1774 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2018:1774
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: 269753 HA RK 18-17 Beslissing van 14 februari 2018 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] , wonende te Koog aan de Zaan, verzoeker, Het verzoek is gericht tegen: mr. S. Slijkhuis, hierna te noemen: de rechter, en [griffier], hierna te noemen: de griffier. 1Procesverloop 1.1 Verzoeker heeft op 2 oktober 2017, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 10 oktober 2017, schriftelijk de wraking verzocht van de rechters en de griffiers in de bij deze rechtbank, afdeling publiekrecht, sectie bestuursrecht, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 17/872 WVW, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 Bij beslissing d.d. 21 juni 2017 van mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 Awb, artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBNHO:2018:1774 · Rechtbank Noord-Holland: Slijkhuis in de hoofdzaak is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechter heeft bij voornoemde uitspraak in de hoofdzaak het door verzoeker ingediende beroep, tegen een beslissing op bezwaar, met toepassing van artikel 8:54 Awb kennelijk niet ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet was betaald. Verzoeker heeft geen verzet ingesteld. 1.3 Bij brief van 17 oktober 2017 heeft de griffier van de wrakingskamer verzoeker meegedeeld dat griffiers niet gewraakt kunnen worden en welke rechters zijn zaken hebben behandeld en/of zullen behandelen.

Keywords

AI generated
untimely request for extension unjustified procedural delay time limits for seeking redress insufficiently substantiated grievance right to a decision third-party claim procedure in attachment

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 Awb
De rechter heeft bij voornoemde uitspraak in de hoofdzaak het door verzoeker ingediende beroep, tegen een beslissing op bezwaar, met toepassing van artikel 8:54 Awb kennelijk niet ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet was betaald.
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
2De beoordeling 2.1 In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen lijden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: 269753 HA RK 18-17 Beslissing van 14 februari 2018 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] , wonende te Koog aan de Zaan, verzoeker, Het verzoek is gericht tegen: mr. S. Slijkhuis, hierna te noemen: de rechter, en [griffier], hierna te noemen: de griffier. 1Procesverloop 1.1 Verzoeker heeft op 2 oktober 2017, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 10 oktober 2017, schriftelijk de wraking verzocht van de rechters en de griffiers in de bij deze rechtbank, afdeling publiekrecht, sectie bestuursrecht, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 17/872 WVW, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 Bij beslissing d.d. 21 juni 2017 van mr.

Slijkhuis in de hoofdzaak is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechter heeft bij voornoemde uitspraak in de hoofdzaak het door verzoeker ingediende beroep, tegen een beslissing op bezwaar, met toepassing van artikel 8:54 Awb kennelijk niet ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet was betaald. Verzoeker heeft geen verzet ingesteld. 1.3 Bij brief van 17 oktober 2017 heeft de griffier van de wrakingskamer verzoeker meegedeeld dat griffiers niet gewraakt kunnen worden en welke rechters zijn zaken hebben behandeld en/of zullen behandelen.

Verder is verzoeker verzocht aan te geven of hij wrakingsverzoek(en) intrekt en, zo nee, per procedure aan te geven welke rechter hij wraakt. 1.4 De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 30 oktober 2017 schriftelijk op het verzoek gereageerd. 2De beoordeling 2.1 In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2 Uit artikel 8:16, eerste lid, van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.

Nadat uitspraak is gedaan is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat in een zaak uitspraak is gedaan. 2.3 Het verzoek om wraking van de rechter is gedaan nadat zij uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub c, in samenhang met paragraaf 4.4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking voor zover het de rechter betreft, zonder behandeling ter zitting, kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. 2.4 Ingevolge het bepaalde in paragraaf 9.1 sub d, in samenhang met paragraaf 4.3 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank kan alleen een rechter die de zaak behandelt gewraakt worden en niet de bij een behandeling van de zaak betrokken griffier.

De wrakingskamer zal daarom ook het verzoek tot wraking voor zover dat ziet op de griffier, zonder behandeling ter zitting, kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. 3Beslissing De rechtbank: - verklaart het gedane verzoek tot wraking niet-ontvankelijk; - beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de griffier in de hoofdzaak, alsmede aan de teamvoorzitter van de afdeling bestuursrecht, locatie Haarlem, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden. Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr.

A.C. Terwiel-Kuneman en mr. E.B. de Vries-van den Heuvel, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van J.A. Huismans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.[concipiënt_initialen] griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.