Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2018:10845 ECLI:NL:RBNHO:2018:10845 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2018:10845 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2018:10845
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND afwijzing schuldsaneringsregeling Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer: C/15/279789 FT RK 18.1391 vonnis van 11 december 2018 op het verzoek van: [schuldenaar], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], schuldenaar. 1De procedure 1.1 Op 05 oktober 2018 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenaar strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. 1.2 Ter zitting van 29 november 2018 is schuldenaar, bijgestaan door mr. [A.], op het verzoek gehoord.

Legislator headnote

AI generated

artikel 285 Fw, artikel 284 lid 1 Fw; ECLI:NL:RBNHO:2018:10845 · Rechtbank Noord-Holland: Het proces-verbaal van de zitting wordt hier als ingelast beschouwd. 2De beoordeling 2.1 De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenaar in Nederland ligt. 2.2 Op grond van het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder f van de Faillissementswet (Fw) dient in het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt.

Keywords

AI generated
objection to debt enforcement absence of municipal obligation remission of debt contractual obligation clause extinction of obligation capacity to pursue debt enforcement

Cited Legislation

AI generated
artikel 285 Fw
[A.] ook de verklaring ex artikel 285 Fw kan afgeven, hetgeen door hem ter zitting is bevestigd.
artikel 284 lid 1 Fw
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND afwijzing schuldsaneringsregeling Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer: C/15/279789 FT RK 18.1391 vonnis van 11 december 2018 op het verzoek van: [schuldenaar], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], schuldenaar. 1De procedure 1.1 Op 05 oktober 2018 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenaar strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. 1.2 Ter zitting van 29 november 2018 is schuldenaar, bijgestaan door mr. [A.], op het verzoek gehoord.

Het proces-verbaal van de zitting wordt hier als ingelast beschouwd. 2De beoordeling 2.1 De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenaar in Nederland ligt. 2.2 Op grond van het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder f van de Faillissementswet (Fw) dient in het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt.

Deze verklaring is niet overgelegd. 2.3 Ter zitting heeft schuldenaar verklaard dat hij, in verband met een uitzichtloze financiële situatie, zich bij de gemeente heeft gemeld maar dat zijn verzoek om te worden geholpen door de schuldhulpverlener niet in behandeling is genomen. Vervolgens heeft schuldenaar zich tot mr. [A.] gewend. 2.4 Uit artikel 285 lid 1 onder f Fw jo artikel 48 lid 1 WCK volgt dat mr. [A.] ook de verklaring ex artikel 285 Fw kan afgeven, hetgeen door hem ter zitting is bevestigd. Ook door mr. [A.] is echter geen verklaring overgelegd. 2.5 De rechtbank stelt dan ook vast dat het minnelijk traject – zoals bedoeld in genoemd wetsartikel – niet is doorlopen, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. 2.6 Het standpunt van mr. [A.], dat de weigering door de gemeente om schuldhulp te verlenen gelijk gesteld dient te worden met het mislukken van het minnelijk traject, volgt de rechtbank niet.

Gelet op het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder f jo artikel 288 lid 2 onder b Fw kan een verzoek op grond van artikel 284 lid 1 Fw slechts worden toegewezen als bij dat verzoek een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, is overgelegd. In hetgeen door mr. [A.] is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om hier van af te wijken.

3De beslissing

De rechtbank: 3.1 verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Dit vonnis is gewezen door mr K. van Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 11 december 2018. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.