Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2016:3769 ECLI:NL:RBNHO:2016:3769 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2016:3769 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2016:3769
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 4747313 \ OA VERZ 16-10 BL Uitspraakdatum: 16 maart 2016 Beschikking in de zaak van: [naam] , wonende te [woonplaats] verzoekende partij verder te noemen: [de werknemer] gemachtigde: aanvankelijk mr. A.C.E.G. Cordesius, advocaat te ’s-Gravenhage, die zich bij brief van 24 februari 2016 heeft onttrokken tegen Telegraaf Mediagroep N.V., gevestigd te Amsterdam verwerende partij verder te noemen: TMG gemachtigde: mr. E.H. Damen, advocaat te Amsterdam 1Het procesverloop 1.1. [de werknemer] heeft een verzoek gedaan om het door TMG gegeven ontslag op staande voet nietig te verklaren, dan wel te vernietigen, dan wel de onrechtmatige, onregelmatige opzegging uit te spreken.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2016:3769 · Rechtbank Noord-Holland: Op 16 november 2015 is [de werknemer] op staande voet ontslagen. 3Het verzoek 3.1. [de werknemer] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet nietig te verklaren, dan wel te vernietigen, dan wel de onrechtmatige, onregelmatige opzegging uit te spreken, met veroordeling van TMG in de proceskosten. Aan dit verzoek legt [de werknemer] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. 4Het verweer 4.1. TMG verweert zich tegen het verzoek en voert daartoe – samengevat – aan dat TMG niet de werkgever is van [de werknemer], zodat [de werknemer] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek. 5De beoordeling 5.1.

Keywords

AI generated
unjustified termination of employment termination of service right to disconnect abandonment of employment suspension of unemployment benefits breach of employment obligations
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 4747313 \ OA VERZ 16-10 BL Uitspraakdatum: 16 maart 2016 Beschikking in de zaak van: [naam] , wonende te [woonplaats] verzoekende partij verder te noemen: [de werknemer] gemachtigde: aanvankelijk mr. A.C.E.G. Cordesius, advocaat te ’s-Gravenhage, die zich bij brief van 24 februari 2016 heeft onttrokken tegen Telegraaf Mediagroep N.V., gevestigd te Amsterdam verwerende partij verder te noemen: TMG gemachtigde: mr. E.H. Damen, advocaat te Amsterdam 1Het procesverloop 1.1. [de werknemer] heeft een verzoek gedaan om het door TMG gegeven ontslag op staande voet nietig te verklaren, dan wel te vernietigen, dan wel de onrechtmatige, onregelmatige opzegging uit te spreken.

TMG heeft een verweerschrift ingediend. 1.2. Op 2 maart 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. [de werknemer] is niet ter zitting verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat TMG ter toelichting van haar standpunt naar voren heeft gebracht. 2De feiten 2.1. [de werknemer], geboren op [datum], is op 1 augustus 2012 in dienst getreden bij Webregio B.V. te Purmerend, zijnde de rechtsvoorgangster van Dichtbij B.V. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, tot en met 31 oktober 2012. Nadien is de arbeidsovereenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd. 2.2.

Op 16 november 2015 is [de werknemer] op staande voet ontslagen. 3Het verzoek 3.1. [de werknemer] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet nietig te verklaren, dan wel te vernietigen, dan wel de onrechtmatige, onregelmatige opzegging uit te spreken, met veroordeling van TMG in de proceskosten. Aan dit verzoek legt [de werknemer] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. 4Het verweer 4.1. TMG verweert zich tegen het verzoek en voert daartoe – samengevat – aan dat TMG niet de werkgever is van [de werknemer], zodat [de werknemer] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek. 5De beoordeling 5.1.

Het verzoek dat [de werknemer] op 12 januari 2016 heeft ingediend is gericht tegen TMG. TMG stelt zich op het standpunt dat [de werknemer] nooit bij haar in dienst is geweest, maar in dienst was bij (aanvankelijk) Webregio B.V., die in rechte is opgevolgd door Dichtbij B.V. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst TMG op de door haar in het geding gebrachte arbeidsovereenkomst waarin Webregio B.V. als werkgever is aangeduid en waarop het logo van Dichtbij is afgebeeld. Verder verwijst TMG naar de door [de werknemer] overgelegde salarisspecificatie en correspondentie, waarop bovenaan weliswaar het logo van TMG is afgebeeld, maar steeds wordt afgesloten met Dichtbij B.V. en de adresgegevens van Dichtbij B.V. te Alkmaar, waaruit volgt dat de brieven zijn verstuurd vanuit Dichtbij B.V.

TMG sluit geen arbeidsovereenkomsten en Dichtbij B.V. is een ‘achterkleindochter’, aldus TMG. De ontslagbrief van 16 november 2015 is ondertekend door [x], directeur van Dichtbij B.V. 5.2. Mr. Cordesius heeft zich op 24 februari 2016 onttrokken als gemachtigde van [de werknemer], maar heeft hem wel op de hoogte gesteld van de zitting en het door TMG indiende verweerschrift aan hem doorgezonden. [de werknemer] is niet ter zitting verschenen en ook anderszins is niets meer van [de werknemer] vernomen. Daarmee is het gemotiveerde verweer van TMG niet weersproken en moet als vaststaand worden aangenomen dat [de werknemer] niet in dienst was bij TMG, maar bij Dichtbij B.V. 5.3.

Dit houdt in dat het verzoek van [de werknemer] is gericht tegen de verkeerde partij, zodat [de werknemer] daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. 5.4. Gelet op de aard en uitkomst van de zaak, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

6De beslissing

De kantonrechter: 6.1. verklaart [de werknemer] niet-ontvankelijk in zijn verzoek; 6.2. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter en op 16 maart 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter