Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2016:1099 ECLI:NL:RBNHO:2016:1099 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2016:1099 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2016:1099
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 15/4447 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 februari 2016 op het verzet van [opposante] , te [woonplaats] , opposante. Procesverloop Opposante heeft tegen het uitblijven van een besluit van de ontvanger van de Belastingdienst op haar verzoek tot (her)berekening over de jaren 2007 tot en met 2012, beroep ingesteld. Bij uitspraak van 6 november 2015 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante heeft verzuimd het griffierecht te voldoen.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBNHO:2016:1099 · Rechtbank Noord-Holland: Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat zij een beroep wil doen op betalingsonmacht ten aanzien van het griffierecht.

Keywords

AI generated
deadline for payment untimely notification of defects statutory grace period action for payment untimely tax return bill payable after sight

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 15/4447 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 februari 2016 op het verzet van [opposante] , te [woonplaats] , opposante. Procesverloop Opposante heeft tegen het uitblijven van een besluit van de ontvanger van de Belastingdienst op haar verzoek tot (her)berekening over de jaren 2007 tot en met 2012, beroep ingesteld. Bij uitspraak van 6 november 2015 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante heeft verzuimd het griffierecht te voldoen.

2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.

3. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat zij een beroep wil doen op betalingsonmacht ten aanzien van het griffierecht.

4. De rechtbank stelt voorop dat opposante een beroep op betalingsonmacht uiterlijk binnen de betalingstermijn als vermeld op de nota griffierecht had moeten doen. In de omstandigheid dat in de nota was vermeld dat er geen wettelijke mogelijkheden zijn om vrijstelling of vermindering van het griffierecht te krijgen, heeft de rechtbank echter aanleiding gezien opposante alsnog in de gelegenheid te stellen haar betalingsonmacht aan te tonen. Opposante heeft vervolgens financiële gegevens overgelegd.

5. Bij brief van 2 februari 2016 heeft de griffier van de rechtbank aan opposante meegedeeld dat opposante (voorlopig) voldoet aan de criteria van betalingsonmacht. Opposante is erop gewezen dat dit een voorlopig oordeel is en dat de rechter die de bodemzaak behandelt, definitief zal beslissen op haar beroep op betalingsonmacht.

6. Gelet op het voorgaande zal het verzet gegrond worden verklaard. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak kan hierna eventueel op een zitting behandeld worden.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen in de bodemzaak op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.