Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2015:7086 ECLI:NL:RBNHO:2015:7086 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2015:7086 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2015:7086
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Noord-Holland Afdeling publiekrecht, sectie straf Kabinet van de rechter-commissaris RC-nummer : 15/1742 Parketnummer : 15/820654-15 Machtiging ex artikel 151e, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering De officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland mr. A.N. Verlinden heeft in de strafzaak tegen verdachte [verdachte] geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland op donderdagavond 16 juli 2015 mondeling gemotiveerd gevorderd dat de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 151e Sv; ECLI:NL:RBNHO:2015:7086 · Rechtbank Noord-Holland: A.N. Verlinden heeft in de strafzaak tegen verdachte [verdachte] geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland op donderdagavond 16 juli 2015 mondeling gemotiveerd gevorderd dat de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland mr.

Keywords

AI generated
authorization for criminal prosecution prosecutorial delay violation of speedy trial principle compulsory medical treatment deportation despite health issues prosecutor's margin of discretion

Cited Legislation

AI generated
artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht
Daartoe heeft de officier van justitie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende aangevoerd: Verdachte wordt verdacht van wederspannigheid, strafbaar gesteld in artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), onder de strafverzwarende omstandigheden van artikel 181, onder 1° en/of 2°, Sr.
artikel 151e Sv
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Noord-Holland Afdeling publiekrecht, sectie straf Kabinet van de rechter-commissaris RC-nummer : 15/1742 Parketnummer : 15/820654-15 Machtiging ex artikel 151e, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering De officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland mr. A.N. Verlinden heeft in de strafzaak tegen verdachte [verdachte] geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland op donderdagavond 16 juli 2015 mondeling gemotiveerd gevorderd dat de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland mr.

S. Jongeling een machtiging verleent ex artikel 151e, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Daartoe heeft de officier van justitie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende aangevoerd: Verdachte wordt verdacht van wederspannigheid, strafbaar gesteld in artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), onder de strafverzwarende omstandigheden van artikel 181, onder 1° en/of 2°, Sr. Verdachte heeft een vrouwelijke ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee krachtig, langdurig en diep in een van haar bovenarmen gebeten. Na de beet was deze goed zichtbaar.

Tevens waren er een of meer kleine open wondjes te zien. Verdachte is afkomstig uit Nigeria. Hij verblijft vermoedelijk al enige tijd (mogelijk illegaal) in Nederland, maar heeft hier geen adres. Verdachte vertoonde vandaag “vreemd gedrag”; hij maakte vreemde bewegingen en veroorzaakte overlast. Verdachte had een visitekaartje van de GGD Amsterdam op zak. Verdachte heeft geweigerd medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, Sv. Op 10 augustus 2015 is deze mondelinge vordering schriftelijk bevestigd. Daarbij is overgelegd een proces-verbaal aanvraag vordering bloedafname ex artikel 151e Sv, gedateerd 22 juli 2015, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] Beoordeling De rechter-commissaris is, gelet op de aangevoerde feiten en omstandigheden, van oordeel dat sprake is van een misdrijf waarbij uit aanwijzingen blijkt dat besmetting van een slachtoffer met een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige ziekte kan hebben plaatsgevonden.

Uit artikel 2 van het Besluit bloedtest in strafzaken in geval van een ernstige besmettelijke ziekte volgt dat als ernstige besmettelijke ziekten zijn aangewezen: human immunodeficiency virus (hiv), hepatitis B en hepatitis C. De officier van justitie heeft aan de verdachte verzocht celmateriaal af te staan ten behoeve van een onderzoek dat tot doel heeft vast te stellen of hij drager is van een dergelijke, ernstige ziekte. Verdachte heeft geweigerd hieraan medewerking te verlenen. Ingevolge artikel 151e, tweede lid, Sv kan, indien degene aan wie het verzoek is gericht, medewerking weigert, de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat van hem celmateriaal wordt afgenomen ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.

Het bevel kan slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie, aldus deze bepaling. De rechter-commissaris is, gelet op de stukken, van oordeel dat de vordering van de officier van justitie behoort te worden toegewezen. Gelet op de ratio van artikel 151e Sv – snel duidelijkheid krijgen over of (in casu) de verdachte drager is van een ernstige ziekte, waarmee besmetting van een slachtoffer kan hebben plaatsgevonden, opdat het slachtoffer zo spoedig mogelijk effectief kan worden behandeld en de vereiste medicatie kan krijgen – is de rechter-commissaris voorts van oordeel dat ondanks de tekst van artikel 151e, tweede lid, Sv, zijn machtiging ook mondeling kan worden gegeven.

Beslissing De rechter-commissaris machtigt de officier van justitie ex artikel 151e, tweede lid, Sv. Deze machtiging is mondeling gegeven op donderdag 16 juli 2015 om 21.30 uur en wordt in deze beschikking schriftelijk vastgelegd. Deze beschikking is gegeven op 11 augustus 2015 door mr. S. Jongeling, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland.