ECLI:NL:RBNHO:2015:3241 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedTenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 14 november 2012, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een hoeveelheid bankbiljetten (ter waarde van ongeveer 12.180 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde hoeveelheid bankbiljetten, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBNHO:2015:3241 · Rechtbank Noord-Holland: RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlemmermeer Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/810168-12 (P) Uitspraakdatum: 3 april 2015 Vonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 april 2015 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Albanië), volgens eigen opgave wonende op het adres [adres].
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlemmermeer Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/810168-12 (P) Uitspraakdatum: 3 april 2015 Vonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 april 2015 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Albanië), volgens eigen opgave wonende op het adres [adres].
1. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 14 november 2012, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een hoeveelheid bankbiljetten (ter waarde van ongeveer 12.180 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde hoeveelheid bankbiljetten, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
2. Voorvragen Uit de akte van uitreiking blijkt dat de dagvaarding door hoofdagent [verbalisant] niet is uitgereikt omdat volgens de hoofdagent de woning aan de [adres] in [woonplaats] leeg is en te huur staat. Er is geen bericht van aankomst achtergelaten en er is evenmin een zogenaamde ID-staat opgemaakt, zodat het adres van verdachte ook niet gecontroleerd kan worden. De rechtbank heeft verder vastgesteld dat uit de stukken in het onderhavige strafdossier niet is gebleken dat de dagvaarding vervolgens aan de strafgriffie is betekend en per gewone post naar het door verdachte opgegeven adres is gegaan, hetgeen wel had moeten gebeuren. Verdachte is bovendien met een tolk Albanees gehoord en in het dossier heeft de rechtbank evenmin een vertaling van de dagvaarding in een voor verdachte begrijpelijke taal aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding gelet op het voren overwogene nietig dient te worden verklaard.
3. Beslissing De rechtbank: Verklaart de dagvaarding nietig. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Jansen, voorzitter, mrs. P.H. Lauryssen en M.A.H. van der Woude, rechters, in tegenwoordigheid van de griffiers J.A. Huismans en mr. D.F. Jironet Loewe, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 april 2015. Mr. Van der Woude is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.