ECLI:NL:RBNHO:2015:2401 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 15/286 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2015 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: J. Zwart), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder (gemachtigde: mr. K. Ouggaali). Procesverloop Bij besluit van 23 augustus 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder bestuursdwang toegepast door het wegslepen van het voertuig van eiseres met kenteken [kenteken]. Bij besluit van 10 december 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBNHO:2015:2401 · Rechtbank Noord-Holland: Derhalve was verweerder in beginsel bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang door het wegslepen van het voertuig van eiseres. Er is geen rechtsregel die verweerder er toe verplicht om de overtreder eerst in de gelegenheid te stellen het verkeerd geparkeerde voertuig vrijwillig te verwijderen. Dat verweerder eiseres niet onmiddellijk de toepassing van bestuursdwang heeft meegedeeld en eiseres daarover korte tijd in het ongewisse is gebleven, betekent evenmin dat verweerder ten onrechte bestuursdwang heeft toegepast. Ten slotte betreffen de door eiseres betaalde kosten van € 250,-- de wegsleepkosten, welke kosten voor het toepassen van bestuursdwang ingevolge artikel 5:25, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten laste van eiseres als overtreder komen.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 15/286 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2015 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: J. Zwart), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder (gemachtigde: mr. K. Ouggaali). Procesverloop Bij besluit van 23 augustus 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder bestuursdwang toegepast door het wegslepen van het voertuig van eiseres met kenteken [kenteken]. Bij besluit van 10 december 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 maart 2015. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door O. Sinicki. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Gronden van de beslissing 1. Niet in geschil is dat eiseres op 23 augustus 2014 een verkeersovertreding heeft begaan door haar voertuig te parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die was gereserveerd voor een ander voertuig.
Derhalve was verweerder in beginsel bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang door het wegslepen van het voertuig van eiseres. Er is geen rechtsregel die verweerder er toe verplicht om de overtreder eerst in de gelegenheid te stellen het verkeerd geparkeerde voertuig vrijwillig te verwijderen. Dat verweerder eiseres niet onmiddellijk de toepassing van bestuursdwang heeft meegedeeld en eiseres daarover korte tijd in het ongewisse is gebleven, betekent evenmin dat verweerder ten onrechte bestuursdwang heeft toegepast. Ten slotte betreffen de door eiseres betaalde kosten van € 250,-- de wegsleepkosten, welke kosten voor het toepassen van bestuursdwang ingevolge artikel 5:25, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten laste van eiseres als overtreder komen.
2. Op grond van het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
3. De rechtbank deelt mee dat tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Brouwer, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Helmich, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2015. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: