Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2015:10669 ECLI:NL:RBNHO:2015:10669 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2015:10669 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2015:10669
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton – locatie Zaanstad Zaaknr.: 4438122 \ WM VERZ 15-1309 en 4438131 \ WM VERZ 15-1310 CJIB-nummer: [nummer] Uitspraakdatum: 29 oktober 2015 Beslissing op een vordering als bedoeld in artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van: [naam] [adres] [woonplaats] hierna te noemen betrokkene. Het verloop van de procedure De officier van justitie heeft een vordering ingesteld om te worden gemachtigd tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling, voor de duur van het in de vordering genoemde aantal dagen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2015:10669 · Rechtbank Noord-Holland: Het verloop van de procedure De officier van justitie heeft een vordering ingesteld om te worden gemachtigd tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling, voor de duur van het in de vordering genoemde aantal dagen.

Keywords

AI generated
financial hardship obligation to pay deferral of payment unpaid fines capacity to incur bill liability prohibition of payment
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton – locatie Zaanstad Zaaknr.: 4438122 \ WM VERZ 15-1309 en 4438131 \ WM VERZ 15-1310 CJIB-nummer: [nummer] Uitspraakdatum: 29 oktober 2015 Beslissing op een vordering als bedoeld in artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van: [naam] [adres] [woonplaats] hierna te noemen betrokkene. Het verloop van de procedure De officier van justitie heeft een vordering ingesteld om te worden gemachtigd tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling, voor de duur van het in de vordering genoemde aantal dagen.

De vordering is gegrond op het feit dat aan betrokkene een administratieve sanctie, een geldboete, is opgelegd en dat deze sanctie en de verhogingen niet zijn betaald. De zaak is behandeld ter zitting van 1 oktober 2015. Ter zitting is niemand verschenen. Overwegingen Gijzeling is een dwangmiddel waartoe alleen in uiterste noodzaak mag worden overgegaan en is bedoeld om degene die wel kan, maar niet wil betalen, tot betaling aan te zetten. Een machtiging tot het toepassen van dit dwangmiddel kan dan ook alleen worden gegeven als blijkt dat degene aan wie de geldboete is opgelegd, deze kan betalen.

De officier van justitie heeft onder verwijzing naar de overgelegde stukken gesteld dat geen sprake is van betalingsonmacht, maar van betalingsonwil. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is gebleken dat betrokkene in staat is tot het betalen van de geldboete en dat sprake is van betalingsonwil. Doorslaggevend daarvoor is dat uit de door de officier van justitie overgelegde stukken blijkt dat betrokkene in de periode van november 2014 tot en met juli 2015 na eerdere toepassing van dwangmiddelen, waaronder buitengebruikstelling voertuig en inname rijbewijs, boetes heeft betaald tot een totaal bedrag van ongeveer € 3.000,00.

Er zijn daarnaast geen aanwijzingen dat sprake is van betalingsonmacht. Uit eerdergenoemde stukken blijkt dat betrokkene niet is opgenomen in het Centraal Curatele- en bewindregister of het Centraal Insolventieregister, en op 17 augustus 2015 als kentekenhouder van een (ander) voertuig werd geregistreerd, welk voertuig verzekerd en APK-gekeurd is. Gelet op deze gegevens is toepassing van het dwangmiddel gijzeling gerechtvaardigd. De vordering van de officier van justitie zal dus worden toegewezen. De machtiging tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling zal worden gegeven onder de hierna genoemde voorwaarde.

De beslissing De kantonrechter:  wijst de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling van betrokkene voor veertien dagen;  de machtiging wordt gegeven onder de voorwaarde dat thans en bij het in gijzeling stellen van betrokkene geen sprake is van ondercuratelestelling, onderbewindstelling, faillissement of een wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van betrokkene, en dat geen sprake is van detentie-ongeschiktheid van betrokkene, waaronder begrepen medische, sociale of gezinsomstandigheden die in de weg staan aan gijzeling.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter