Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2026:2001 ECLI:NL:RBMNE:2026:2001 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2026:2001 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2026:2001
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6452 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , te [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak), en Dienst Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingesteld op 11 november 2025, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Verweerder heeft op 11 december 2025 alsnog een besluit genomen op het bezwaar van verzoeker. Verzoeker heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. Verweerder heeft op 5 januari 2026 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBMNE:2026:2001 · Rechtbank Midden-Nederland: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.

Keywords

AI generated
reimbursement of costs procedural costs organizational expenses administrative costs party costs of attorney professional expenses

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6452 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , te [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak), en Dienst Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingesteld op 11 november 2025, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Verweerder heeft op 11 december 2025 alsnog een besluit genomen op het bezwaar van verzoeker. Verzoeker heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. Verweerder heeft op 5 januari 2026 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.

4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker kan zich hiervoor tot verweerder wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.

Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.