Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2025:960 ECLI:NL:RBMNE:2025:960 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2025:960 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2025:960
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/5925 uitspraak van de meervoudige kamer van 4 maart 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. P.D.W. Tan), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren (gemachtigden: mrs. M.E. van Velzen-de Boer en M.P.K. Ahsmann), Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [derde belanghebbende 1] uit [plaats](gemachtigde mr. S. Zuethoff), [derde belanghebbende 2] uit [plaats] , [derde belanghebbende 3] , gelegen in het projectgebied " [locatie] " te [plaats] gevestigd te [vestigingsplaats] , [derde belanghebbende 4] , gelegen in het projectgebied " [locatie] " te [plaats] gevestigd te [vestigingsplaats] , [derde belanghebbende 5] , gelegen in het projectgebied " [locatie] " te [plaats] gevestigd te [vestigingsplaats] , Inleiding 1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBMNE:2025:960 · Rechtbank Midden-Nederland: De kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende en voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Dit is zo bepaald in artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht.

Keywords

AI generated
cost recovery party costs defense costs assumption of costs defense of set-off remission of costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Dit is zo bepaald in artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2020:291
201905484/1/A2. Datum uitspraak: 29 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Bilthoven, gemeente De Bilt, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 juni 2019 in zaak nr. 18/4577 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van De Bilt. Procesverloop [appellant] heeft beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op de verzoeken van 20 juni 2018. Bij uitspraak van 25 juni 2019 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om feitelijke handelingen te verrichten.
ECLI:NL:RVS:2024:2508
202205802/1/A3. Datum uitspraak: 19 juni 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Holland van 18 augustus 2022 in zaak nr. 21/6051 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH). Procesverloop Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar gericht tegen het niet beslissen op het verzoek om informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) van 16 november 2020 niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:CBB:2024:378
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1325 uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juni 2024 in de zaak tussen V.O.F.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/5925 uitspraak van de meervoudige kamer van 4 maart 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. P.D.W. Tan), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren (gemachtigden: mrs. M.E. van Velzen-de Boer en M.P.K. Ahsmann), Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [derde belanghebbende 1] uit [plaats](gemachtigde mr. S. Zuethoff), [derde belanghebbende 2] uit [plaats] , [derde belanghebbende 3] , gelegen in het projectgebied " [locatie] " te [plaats] gevestigd te [vestigingsplaats] , [derde belanghebbende 4] , gelegen in het projectgebied " [locatie] " te [plaats] gevestigd te [vestigingsplaats] , [derde belanghebbende 5] , gelegen in het projectgebied " [locatie] " te [plaats] gevestigd te [vestigingsplaats] , Inleiding 1.

De aanleiding voor deze uitspraak is een omgevingsvergunning die is aangevraagd voor de realisatie van een haven in Oud-Loosdrecht. Tegen de verlening van die vergunning heeft eiser bezwaar gemaakt. Op 16 november 2022 heeft het college op de bezwaren beslist. Op pagina 2 van de beslissing op bezwaar staat dat het college in heroverweging besluit de omgevingsvergunning in te trekken. Op pagina 11 staat dat het college de vergunning herroept en deze in heroverweging alsnog weigert.

2. Aan eiser is in de beslissing op bezwaar geen vergoeding van de bezwaarkosten toegekend.

3. Hoewel eiser het eens is met het herroepen en alsnog weigeren van de vergunning, is hij het niet eens met de weigering zijn bezwaarkosten te vergoeden. Eiser heeft daarom beroep ingesteld.

4. Het college heeft op beroep gereageerd met een verweerschrift.

5. De rechtbank heeft beroep op 21 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde deelgenomen. Het college werd vertegenwoordigd door [A] en de gemachtigden. Ook [derde belanghebbende 1] en zijn gemachtigde en [derde belanghebbende 2] waren aanwezig. Op deze zitting zijn ook twee andere beroepen tegen dezelfde beslissing op bezwaar behandeld. Die zaken staan bij de rechtbank geregistreerd onder de nummers 22/5886 en 23/684. In die zaken doet de rechtbank afzonderlijk uitspraak. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank zal eerst het procesbelang beoordelen.

Procesbelang is het belang dat een partij heeft bij de uitkomst van een procedure. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een partij procesbelang bij een oordeel over zijn beroep als komt vast te staan dat die partij een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat zou krijgen. Daarbij gaat het erom of het doel dat de partij voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor die partij van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft de partij die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.

Het hebben van een alleen maar formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.

7. Eiser heeft met de beslissing op bezwaar bereikt wat hij had beoogd: de herroeping en weigering van de omgevingsvergunning. Voor zover zijn beroep daar nog wel over gaat en inhoudt dat het college ook op andere gronden tot herroeping en weigering had kunnen overgaan, gaat het niet om een reëel en actueel belang. In zoverre ontbreekt het belang bij een beoordeling door de rechtbank.

8. In vaste rechtspraak is ook uitgemaakt dat het niet vergoeden van bezwaar- of beroepskosten geen zelfstandig procesbelang oplevert. Op deze hoofdregel wordt een uitzondering gemaakt als in bezwaar het besluit wel is herroepen, maar zonder dat een vergoeding van bezwaarkosten is toegekend, terwijl daar wel om was gevraagd. In dat geval blijft de beoordeling door de bestuursrechter wel beperkt tot alleen die bezwaarkosten. Het achterliggende geschil zoals dat in bezwaar voor lag, wordt dan niet beoordeeld.

9. De genoemde uitzondering doet zich hier voor en de rechtbank zal daarom beoordelen of het college terecht geweigerd heeft eiser een vergoeding van bezwaarkosten toe te kennen.

10. De kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende en voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Dit is zo bepaald in artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht.

11. Vast staat dat het college in de beslissing op bezwaar het besluit tot verlening van de vergunning heeft herroepen. De reden hiervoor is een wijziging van de plannen voor de herinrichting voor het Vuntusplein, zodat toch niet in voldoende parkeergelegenheid zal worden voorzien. Van een aan het college te wijten onrechtmatigheid is daarmee geen sprake. Het college heeft daarom terecht geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het toekennen van een vergoeding in de bezwaarkosten.

12. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen vergoeding krijgt voor de bezwaarkosten. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, voorzitter, en mr. J.R. van Es-de Vries en mr. J. Wolbrink, leden, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2025. De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zie bijvoorbeeld Raad van State, 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:291. Zie bijvoorbeeld Raad van State, 19 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2508. Zie bijvoorbeeld College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 juni 2024, ECLI:NL:CBB:2024:378.