Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2024:3203 ECLI:NL:RBMNE:2024:3203 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2024:3203 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2024:3203
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Amersfoort zaaknummer: 10748946 AC EXPL 23-2328 MdG/60607 Verstekvonnis van 7 februari 2024 inzake [eisende partij] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, procederend in persoon, tegen: de besloten vennootschap Boxx Opslagverhuur […] B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde partij,niet verschenen. De procedure De procedure is begonnen met de dagvaarding van 10 oktober 2023. Nadat de gedaagde partij niet is verschenen. Daarna heeft de eisende partij nog op 29 oktober 2023 en 1 november 2023 een brief aan de rechtbank gestuurd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2024:3203 · Rechtbank Midden-Nederland: De procedure De procedure is begonnen met de dagvaarding van 10 oktober 2023. Nadat de gedaagde partij niet is verschenen. Daarna heeft de eisende partij nog op 29 oktober 2023 en 1 november 2023 een brief aan de rechtbank gestuurd.

Keywords

AI generated
procedural costs party to proceedings party costs of attorney advances on costs european order for payment procedure procedural limitations
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Amersfoort zaaknummer: 10748946 AC EXPL 23-2328 MdG/60607 Verstekvonnis van 7 februari 2024 inzake [eisende partij] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, procederend in persoon, tegen: de besloten vennootschap Boxx Opslagverhuur […] B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde partij,niet verschenen. De procedure De procedure is begonnen met de dagvaarding van 10 oktober 2023. Nadat de gedaagde partij niet is verschenen. Daarna heeft de eisende partij nog op 29 oktober 2023 en 1 november 2023 een brief aan de rechtbank gestuurd.

De kantonrechter heeft daarna op 6 december 2023 een tussenvonnis gewezen. De eisende partij heeft hierop bij brief van 12 december 2023 gereageerd. Daarna heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen op 17 januari 2024. De eisende partij heeft daarop bij brief van 19 januari 2024 gereageerd. Daarop volgt nu dit vonnis. Overwegingen van de kantonrechter De eisende partij heeft bij brief van 19 januari 2024 zijn vordering vermindert, in die zin dat de primaire vordering is ingetrokken en de subsidiaire vordering is verminderd tot een bedrag van € 25.000,00.

De verminderde vordering leidt ertoe dat de kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van de vordering. De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. De vordering wordt daarom toegewezen. De gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op: - dagvaarding € 129,14 - griffierecht € 86,00 Totaal € 215,14 Omdat de eisende partij zelf, in persoon, procedeert, wordt er geen salaris gemachtigde toegewezen. De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf zeven dagen nadat de eisende partij de gedaagde partij heeft aangeschreven om de kosten te betalen.

De beslissing De kantonrechter: ontbindt de overeenkomst tussen partijen; veroordeelt de gedaagde partij om de garagebox terug te nemen; veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen € 25.000,00; veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 215,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven dagen nadat de eisende partij de gedaagde partij heeft aangeschreven de kosten te betalen; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2024.