Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2018:832 ECLI:NL:RBMNE:2018:832 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2018:832 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2018:832
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Wrakingskamer Locatie: Lelystad Zaaknummer/rekestnummer: 450077 / HA RK 17-262 Proces-verbaal van de beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 13 februari 2018 op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) [verzoeker] , wonende te [woonplaats] (verder te noemen: verzoeker), tot wraking van mr. E.J.W. Verhaagh als behandelend rechter in de zaak met nummer UTR 16 / 4142 BESLU T3. 1De procedure 1.1. De behandeling van het wrakingsverzoek, die op 24 november 2017 was onderbroken, is op 13 februari 2018 hervat.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, Artikel 8:16 lid 1 Awb; ECLI:NL:RBMNE:2018:832 · Rechtbank Midden-Nederland: E.J.W. Verhaagh als behandelend rechter in de zaak met nummer UTR 16 / 4142 BESLU T3. 1De procedure 1.1. De behandeling van het wrakingsverzoek, die op 24 november 2017 was onderbroken, is op 13 februari 2018 hervat.

Keywords

AI generated
untimely request for extension timeliness of filing unjustified procedural delay time limits for seeking redress one-week time limit statute of limitations bar

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:16 lid 1 Awb
Artikel 8:16 lid 1 Awb schrijft voor dat een verzoek tot wraking wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan de verzoeker bekend zijn geworden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Wrakingskamer Locatie: Lelystad Zaaknummer/rekestnummer: 450077 / HA RK 17-262 Proces-verbaal van de beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 13 februari 2018 op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) [verzoeker] , wonende te [woonplaats] (verder te noemen: verzoeker), tot wraking van mr. E.J.W. Verhaagh als behandelend rechter in de zaak met nummer UTR 16 / 4142 BESLU T3. 1De procedure 1.1. De behandeling van het wrakingsverzoek, die op 24 november 2017 was onderbroken, is op 13 februari 2018 hervat.

Bij de voortzetting van de mondelinge behandeling is verzoeker verschenen en heeft zijn wrakingsverzoek toegelicht. Aan het einde van de behandeling van de zaak heeft de wrakingskamer de behandeling onderbroken teneinde zich te beraden. 1.2. Na hervatting van de behandeling heeft de voorzitter het onderzoek gesloten en meegedeeld direct mondeling uitspraak te doen. 2De beoordeling 2.1. Artikel 8:16 lid 1 Awb schrijft voor dat een verzoek tot wraking wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

In dit geval heeft verzoeker op 16 november 2017, zes weken na de zitting van 5 oktober 2017, een wrakingsverzoek ingediend. Verzoeker heeft betoogd dat hij direct na de zitting wist dat hij de rechter ging wraken en is direct begonnen met het schrijven van het wrakingsverzoek. Hij heeft hier elk vrij moment van zijn tijd aan besteed en heeft hier wegens persoonlijke omstandigheden lang over gedaan. Anders dan verzoeker betoogt, brengt de omstandigheid dat verzoeker meteen na de zitting van 5 oktober 2017 wist dat hij de rechter ging wraken en is gaan schrijven aan zijn verzoek, niet mee dat de verlate indiening van het wrakingsverzoek verschoonbaar is.

Het wrakingsverzoek is te laat ingediend. 2.2. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen verklaart de wrakingskamer het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.

3De beslissing

De wrakingskamer: 3.1. verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk; 3.2. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Civiel recht en bestuursrecht en de president van deze rechtbank; 3.3. bepaalt dat de procedure van verzoeker met nummer UTR 16 / 4142 BESLU T3 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, voorzitter, en mrs. G.J.J.M. Essink en N.E.M. Kranenbroek als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2018. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.