Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2018:5701 ECLI:NL:RBMNE:2018:5701 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2018:5701 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2018:5701
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/440369 / HA ZA 17-478 Vonnis van 7 november 2018 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. D. Becht te Dordrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, advocaat mr. A. Th. de Haan te Alblasserdam. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1Het verzoek tot herstel 1.1.

Legislator headnote

AI generated

art. 6:119 BW; ECLI:NL:RBMNE:2018:5701 · Rechtbank Midden-Nederland: D. Becht te Dordrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, advocaat mr. A. Th. de Haan te Alblasserdam. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1Het verzoek tot herstel 1.1.

Keywords

AI generated
payment of monetary claim contractual penalty clause payment by instalments payment of the fine reduction of fine late payment of fees

Cited Legislation

AI generated
art. 6:119 BW
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/440369 / HA ZA 17-478 Vonnis van 7 november 2018 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. D. Becht te Dordrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, advocaat mr. A. Th. de Haan te Alblasserdam. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1Het verzoek tot herstel 1.1.

Bij brief van 12 oktober 2018 heeft mr. De Haan namens [gedaagde] de rechtbank erop gewezen dat in punt 4.10 van het vonnis is overwogen dat [eiseres] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. Dit stemt niet overeen met het dictum waar onder punt 5.2 is bepaald dat [gedaagde] in de proceskosten zal worden veroordeeld. [gedaagde] verzoekt de rechtbank deze fout in het vonnis te herstellen. 1.2. De rechtbank heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. [eiseres] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2De beoordeling 2.1.

De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 10 oktober 2018 sprake is van een kennelijke schrijffout die zicht leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.

3De beslissing

De rechtbank 3.1. bepaalt dat in 5.2 van het op 10 oktober 2018 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis de overweging: “veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 7.308,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,” Moet worden gewijzigd in: “veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 7.308,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,” 3.2. bepaalt dat deze wijziging onder de vermelding van de datum 7 november 2018 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 10 oktober 2018, 3.3. gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 10 oktober 2018 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2018. type: SM/4183 coll: