Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2018:4517 ECLI:NL:RBMNE:2018:4517 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2018:4517 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2018:4517
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bewindsbureau locatie Utrecht zaaknummer: 7147739 UT VERZ 18-19891 BM nummer: 19909 Beschikking d.d. 20 september 2018 op het verzoek van: [verzoekster/bewindvoerder] , werkzaam ten kantore van [bewindvoeringskantoor] , correspondentieadres: Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] , hierna te noemen: verzoekster/bewindvoerder. Het verzoek strekt tot machtiging betreffende het vermogen van: [rechthebbende] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: rechthebbende.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 1:441 lid 2 BW; ECLI:NL:RBMNE:2018:4517 · Rechtbank Midden-Nederland: Bij brief van 4 september 2018 heeft de bewindvoerder het verzoek desgevraagd aangevuld met een door rechthebbende getekend verzoek. De kantonrechter overweegt als volgt. Het verzoek tot machtiging is gegrond op artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit dit artikel volgt dat de bewindvoerder voor de in dat artikel genoemde handelingen (waaronder het verkopen van een woning) toestemming nodig heeft van de rechthebbende of, indien deze daartoe niet in staat of weigerachtig is, machtiging van de kantonrechter. In voornoemde beschikking van 25 maart 2015 is door de kantonrechter vastgesteld dat de rechthebbende in staat is toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 BW.

Keywords

AI generated
power of representation limited legal capacity promotion of home ownership power to negotiate standing against building permit handicapped persons

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek
Het verzoek tot machtiging is gegrond op artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
artikel 1:441 lid 2 BW
In voornoemde beschikking van 25 maart 2015 is door de kantonrechter vastgesteld dat de rechthebbende in staat is toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 BW.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bewindsbureau locatie Utrecht zaaknummer: 7147739 UT VERZ 18-19891 BM nummer: 19909 Beschikking d.d. 20 september 2018 op het verzoek van: [verzoekster/bewindvoerder] , werkzaam ten kantore van [bewindvoeringskantoor] , correspondentieadres: Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] , hierna te noemen: verzoekster/bewindvoerder. Het verzoek strekt tot machtiging betreffende het vermogen van: [rechthebbende] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: rechthebbende.

De procedure Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 13 augustus 2018; het mailbericht van de griffier van 21 augustus 2018; de schriftelijke reactie van verzoeker met bijlage, ter griffie ingekomen op 5 september 2018. De overwegingen van de kantonrechter Bij beschikking van 25 maart 2015 is er een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan rechthebbende. bij diezelfde beschikking is verzoekster benoemd tot bewindvoerder. Thans vraagt de bewindvoerder machtiging om de woning, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , die toebehoort aan rechthebbende te mogen verkopen en leveren.

Bij brief van 4 september 2018 heeft de bewindvoerder het verzoek desgevraagd aangevuld met een door rechthebbende getekend verzoek. De kantonrechter overweegt als volgt. Het verzoek tot machtiging is gegrond op artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit dit artikel volgt dat de bewindvoerder voor de in dat artikel genoemde handelingen (waaronder het verkopen van een woning) toestemming nodig heeft van de rechthebbende of, indien deze daartoe niet in staat of weigerachtig is, machtiging van de kantonrechter. In voornoemde beschikking van 25 maart 2015 is door de kantonrechter vastgesteld dat de rechthebbende in staat is toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 BW.

Niet gebleken is dat rechthebbende inmiddels deze toestemming niet meer kan geven. Sterker nog, door de bewindvoerder is een door de rechthebbende ondertekend verzoek ingediend. Aangezien rechthebbende in staat is toestemming te verlenen voor de verkoop en levering van de aan hem toebehorende woning en gebleken is dat hij daartoe niet weigerachtig is, komt de kantonrechter geen bevoegdheid toe om te beslissen op het machtigingsverzoek. Gelet op het voorstaande zal de kantonrechter verzoekster niet-ontvankelijk verklaren. De beslissing De kantonrechter: - verklaart verzoekster niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2018, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.