Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2018:3876 ECLI:NL:RBMNE:2018:3876 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2018:3876 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2018:3876
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer/rekestnummer: 465167 / HA RK 18-246 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 15 augustus 2018 op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van: [verzoeker] wonende te [woonplaats] verder te noemen: verzoeker, 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot wraking van mr. V.M.A. Sinnige (verder: de rechter), alsmede van de gehele rechtbank Midden-Nederland in de zaak geregistreerd onder het parketnummer 16-126483-18.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 512 Sv; ECLI:NL:RBMNE:2018:3876 · Rechtbank Midden-Nederland: Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot wraking van mr. V.M.A. Sinnige (verder: de rechter), alsmede van de gehele rechtbank Midden-Nederland in de zaak geregistreerd onder het parketnummer 16-126483-18.

Keywords

AI generated
revocation of allocated number numbered account disqualification of attorney violation of party rights waiver of right criminal record certificate

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
artikel 512 Sv
Op grond van artikel 512 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer/rekestnummer: 465167 / HA RK 18-246 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 15 augustus 2018 op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van: [verzoeker] wonende te [woonplaats] verder te noemen: verzoeker, 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot wraking van mr. V.M.A. Sinnige (verder: de rechter), alsmede van de gehele rechtbank Midden-Nederland in de zaak geregistreerd onder het parketnummer 16-126483-18.

Het verzoek is ingediend op 7 augustus 2018. 2De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 512 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. 2.2. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de rechter niet de behandelend rechter is in de zaak met het door verzoeker genoemde parketnummer 16-126483-18. Indien ervan wordt uitgegaan dat het parketnummer een vergissing betreft, geldt het volgende. De rechter was wel de behandelend rechter in de zaak met parketnummers 16/226819-17 en 16/071592-15.

Deze zaak is op 1 juni 2018 op zitting behandeld en de rechter heeft daarna op 15 juni 2018, dus voor de indiening van het wrakingsverzoek, schriftelijk vonnis gewezen. 2.3. Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.

De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan. Het verzoek is in zoverre niet-ontvankelijk. 2.4. Verzoeker heeft tevens de gehele rechtbank Midden-Nederland gewraakt. Gelet op het bepaalde in artikel 512 Sv is dit niet mogelijk. Alleen de met de behandeling van de zaak belaste rechters kunnen worden gewraakt. Ook dit deel van het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. 2.5. Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub a tot en met i van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

3De beslissing

De wrakingskamer: 3.1. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking; 3.2. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling straf-, familie- en jeugdrecht en de president van deze rechtbank; 3.3. bepaalt dat de procedure met het parketnummer 16-126483-18 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. A. van Dijk en mr. drs. R. in ’t Veld als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2018. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.