ECLI:NL:RBMNE:2018:2631 · Rechtbank Midden-Nederland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/660034-14 (ontneming) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 juni 2018 in de ontnemingszaak tegen [bedrijfsnaam] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , [adres] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 mei 2018. De onderhavige ontnemingsvordering is gelijktijdig ter terechtzitting behandeld met de strafzaak tegen de verdachte, bekend onder hetzelfde parketnummer. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBMNE:2018:2631 · Rechtbank Midden-Nederland: , gevestigd te [vestigingsplaats] , [adres] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 mei 2018. De onderhavige ontnemingsvordering is gelijktijdig ter terechtzitting behandeld met de strafzaak tegen de verdachte, bekend onder hetzelfde parketnummer. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/660034-14 (ontneming) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 juni 2018 in de ontnemingszaak tegen [bedrijfsnaam] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , [adres] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 mei 2018. De onderhavige ontnemingsvordering is gelijktijdig ter terechtzitting behandeld met de strafzaak tegen de verdachte, bekend onder hetzelfde parketnummer. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr.
M.H. Hoogendam en van hetgeen verdachte, vertegenwoordigd door dhr. [A] , en mr. M.C.A. Geerts, advocaat te Oirschot, naar voren hebben gebracht. 2DE BEOORDELING 2.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij haar eerder ingediende schriftelijke vordering van 27 november 2017. Deze vordering strekt ertoe dat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op een bedrag van € 21.813,29 en aan verdachte de verplichting oplegt tot betaling van dat bedrag aan de Staat. 2.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft in de strafzaak vrijspraak bepleit en heeft gelet hierop verzocht de vordering van de officier van justitie af te wijzen dan wel de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. 2.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte is door de rechtbank bij vonnis van 12 juni 2018 vrijgesproken van het ten laste gelegde, het gronddelict voor de onderhavige ontnemingsvordering.
De rechtbank zal om die reden de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 3BESLISSING De rechtbank: verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, mrs. K.J. Veenstra en M.W.V. van Duursen, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen en mr. H.L. Kappel, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juni 2018.