Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2018:2573 ECLI:NL:RBMNE:2018:2573 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2018:2573 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2018:2573
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Zaaknummer/rekestnummer: 461145 / HA RK 18-181 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 8 juni 2018 op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen: verzoeker. 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot wraking van kantonrechter mr. J.W. Veenendaal (verder: de rechter), die op 28 mei 2018 een beslissing heeft genomen op het door verzoeker gedane verzet tegen een strafbeschikking, geregistreerd onder zaaknummer 6586619 UM VERZ 18-265 en CJIB-nummer [CJIB-nummer].

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 512 Sv; ECLI:NL:RBMNE:2018:2573 · Rechtbank Midden-Nederland: 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot wraking van kantonrechter mr. J.W. Veenendaal (verder: de rechter), die op 28 mei 2018 een beslissing heeft genomen op het door verzoeker gedane verzet tegen een strafbeschikking, geregistreerd onder zaaknummer 6586619 UM VERZ 18-265 en CJIB-nummer [CJIB-nummer].

Keywords

AI generated
untimely request for extension postponement of trial statute of limitations bar late objection to debt enforcement right to a decision reasonable duration of the proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
artikel 512 Sv
Op grond van artikel 512 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Zaaknummer/rekestnummer: 461145 / HA RK 18-181 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 8 juni 2018 op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen: verzoeker. 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot wraking van kantonrechter mr. J.W. Veenendaal (verder: de rechter), die op 28 mei 2018 een beslissing heeft genomen op het door verzoeker gedane verzet tegen een strafbeschikking, geregistreerd onder zaaknummer 6586619 UM VERZ 18-265 en CJIB-nummer [CJIB-nummer].

Het verzoek is gedateerd op 28 mei 2018 en ingediend op 30 mei 2018 door afgifte aan de rechtbank. 1.2. De wrakingskamer heeft, gelet op het volgende, afgezien van een mondelinge behandeling. 2De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 512 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. 2.2. Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben.

Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechters die deze uitspraak hebben gedaan. 2.3. De rechter heeft bij beslissing van 28 mei 2018 het verzet tegen de strafbeschikking niet-ontvankelijk verklaard. Die beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van het verzet is geëindigd.

Het wrakingsverzoek is na het wijzen van deze beslissing op 30 mei 2018 ingediend. Hieruit volgt dat de rechter het verzet niet meer behandelde op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek werd gedaan. 2.4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het onderhavige wrakingsverzoek. 2.5. Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

3De beslissing

De wrakingskamer: 3.1. verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk; 3.2. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Straf-, familie- en jeugdrecht en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mrs. A. van Dijk en M.J. Slootweg als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2018. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.