ECLI:NL:RBMNE:2017:7045 · Rechtbank Midden-Nederland
Legislator summary
AI generatedvonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/446126 / HA ZA 17-734 Vonnis van 25 oktober 2017 in de zaak van de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat: mr. H.S. Mensonides tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Eiseres vordert betaling van “een bedrag van EUR 269.730,77, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag”.
Legislator headnote
AI generatedartikel 6:119 BW, artikel 6:119a BW; ECLI:NL:RBMNE:2017:7045 · Rechtbank Midden-Nederland: De rechtbank overweegt dat deze gevorderde rente zowel kan zien op de regeling van artikel 6:119 BW (de reguliere wettelijke rente) als de regeling van 6:119a BW (voor handelsovereenkomsten). Aangezien het tarief van de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW hoger is dan de overeengekomen contractuele rente, acht de rechtbank de rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar. 2.2. Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.3. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/446126 / HA ZA 17-734 Vonnis van 25 oktober 2017 in de zaak van de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat: mr. H.S. Mensonides tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Eiseres vordert betaling van “een bedrag van EUR 269.730,77, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag”.
De rechtbank overweegt dat deze gevorderde rente zowel kan zien op de regeling van artikel 6:119 BW (de reguliere wettelijke rente) als de regeling van 6:119a BW (voor handelsovereenkomsten). Aangezien het tarief van de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW hoger is dan de overeengekomen contractuele rente, acht de rechtbank de rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar. 2.2. Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.3. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op: - dagvaarding € 99,20 - griffierecht 3.894,00 - salaris advocaat 2.000,00 (1,0 punt × tarief € 2.000,00) Totaal € 5.993,20.
3De beslissing
De rechtbank 3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 269.730,77 (tweehonderdnegenenzestigduizend zevenhonderddertig euro en zevenenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 1 april 2016 tot de dag van volledige betaling; 3.2. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 5.993,20; 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2017. RH 4054