Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2017:6788 ECLI:NL:RBMNE:2017:6788 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2017:6788 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2017:6788
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Amersfoort zaaknummer: 5165819 AC EXPL 16-2573 JO/33619 Vonnis van 9 augustus 2017 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [eiseres] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: mr. T.M. van Berkel, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, procederend in persoon. 1De procedure 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 96 Rv; ECLI:NL:RBMNE:2017:6788 · Rechtbank Midden-Nederland: Dat zou kunnen op grond van artikel 96 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv), dat partijen de mogelijkheid geeft om zich in een zaak als deze te wenden tot de kantonrechter van hun keuze en zijn beslissing in te roepen. 2.5. Daarvoor is evenwel een gezamenlijk verzoek van partijen nodig, dat ontbreekt. [gedaagde] heeft niet gereageerd op de eiswijziging of het voorstel om de zaak niet te verwijzen. Dat [gedaagde] bij eis in reconventie heeft gesteld dat in verband met de competentiegrens een laag voorschot wordt gevorderd, is, ook samen met het voorstel van [eiseres] , onvoldoende om aan te nemen dat partijen zich gezamenlijk tot de kantonrechter hebben gewend in de zin van artikel 96 Rv. 2.6.

Keywords

AI generated
amendment of the claim extension of proceedings party to proceedings joinder of claims complexity of proceedings brokerage fee

Cited Legislation

AI generated
artikel 96 Rv
Dat [gedaagde] bij eis in reconventie heeft gesteld dat in verband met de competentiegrens een laag voorschot wordt gevorderd, is, ook samen met het voorstel van [eiseres] , onvoldoende om aan te nemen dat partijen zich gezamenlijk tot de kantonrechter hebben gewend in de zin van artikel 96 Rv.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Amersfoort zaaknummer: 5165819 AC EXPL 16-2573 JO/33619 Vonnis van 9 augustus 2017 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [eiseres] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: mr. T.M. van Berkel, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, procederend in persoon. 1De procedure 1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 juni 2016, met producties - de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties - de conclusie van repliek in conventie, tevens akte wijziging van eis in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties - de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van dupliek in reconventie, met producties - de conclusie van dupliek in reconventie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De overwegingen van de kantonrechter 2.1. [eiseres] heeft in haar conclusie van repliek, tevens akte wijziging van eis, tevens conclusie van antwoord in reconventie van 19 oktober 2016 haar eis in conventie gewijzigd. [gedaagde] heeft tegen de eisvermeerdering geen bezwaren aangevoerd, zodat na wijziging de eis in conventie een bedrag van € 83.590,15 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 14 oktober 2016 en de proceskosten. 2.2.

Dit bedrag is hoger dan € 25.000,00, de competentiegrens van de kantonrechter, terwijl de vordering geen betrekking heeft op een onderwerp dat op grond van enige wettelijke bepaling wegens het onderwerp en ongeacht het totale beloop van de vorderingen door de kantonrechter moet worden behandeld. 2.3. De kantonrechter is daarom voornemens deze zaak te verwijzen naar de rolzitting van de enkelvoudige handelskamer van de afdeling Civiel recht van deze rechtbank, in welk geval partijen verder alleen bij advocaat kunnen procederen. 2.4. [eiseres] heeft bij haar eiswijziging aangegeven dat zij zich wat betreft een verwijzing refereert aan het oordeel van de kantonrechter, maar dat het haar voorkeur heeft dat de kantonrechter de zaak aan zich zal houden.

Dat zou kunnen op grond van artikel 96 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv), dat partijen de mogelijkheid geeft om zich in een zaak als deze te wenden tot de kantonrechter van hun keuze en zijn beslissing in te roepen. 2.5. Daarvoor is evenwel een gezamenlijk verzoek van partijen nodig, dat ontbreekt. [gedaagde] heeft niet gereageerd op de eiswijziging of het voorstel om de zaak niet te verwijzen. Dat [gedaagde] bij eis in reconventie heeft gesteld dat in verband met de competentiegrens een laag voorschot wordt gevorderd, is, ook samen met het voorstel van [eiseres] , onvoldoende om aan te nemen dat partijen zich gezamenlijk tot de kantonrechter hebben gewend in de zin van artikel 96 Rv. 2.6.

Het standpunt van [eiseres] over de voorgenomen verwijzing naar de enkelvoudige handelskamer van de afdeling Civiel recht van deze rechtbank is bekend. Ook [gedaagde] zal in de gelegenheid worden gesteld om zich over het voornemen uit te laten. Mochten partijen er alsnog voor kiezen om het geschil op grond van artikel 96 Rv gezamenlijk voor te leggen aan de kantonrechter, zullen zij dat de kantonrechter gezamenlijk moeten verzoeken. Gelet op de stand van het geding zal dat uiterlijk op de hieronder genoemde rolzitting moeten gebeuren.

3De beslissing

De kantonrechter: verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 23 augustus 2017 te 9.30 uur, waar [gedaagde] zich schriftelijk dient uit te laten omtrent hetgeen onder 2.5 is overwogen; houdt iedere verdere beslissing aan. Diwt vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2017.