Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2017:6560 ECLI:NL:RBMNE:2017:6560 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2017:6560 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2017:6560
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Lelystad Zaaknummer/rekestnummer: 447758 / HA RK 17-231 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 22 december 2017 op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , (verder te noemen: verzoeker). 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft bij schriftelijk bericht van 6 oktober 2017 een wrakingsverzoek ingediend. 1.2. Verzoeker heeft vervolgens op 23 november 2017 de leden van de wrakingskamer gewraakt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:RBMNE:2017:6560 · Rechtbank Midden-Nederland: 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft bij schriftelijk bericht van 6 oktober 2017 een wrakingsverzoek ingediend. 1.2. Verzoeker heeft vervolgens op 23 november 2017 de leden van de wrakingskamer gewraakt.

Keywords

AI generated
inactivity after procedural stay termination of proceedings withdrawal of legal petition lapse of enforcement dismissal of testamentary executor right to a decision

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:15 van de Awb
Op grond van artikel 8:15 van de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Lelystad Zaaknummer/rekestnummer: 447758 / HA RK 17-231 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 22 december 2017 op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , (verder te noemen: verzoeker). 1De procedure 1.1. Verzoeker heeft bij schriftelijk bericht van 6 oktober 2017 een wrakingsverzoek ingediend. 1.2. Verzoeker heeft vervolgens op 23 november 2017 de leden van de wrakingskamer gewraakt.

Dit laatste verzoek is bij beslissing van de wrakingskamer van 12 december 2017 niet-ontvankelijk verklaard. 1.3 De uitspraak op het onder 1.1. genoemde verzoek is bepaald op heden. 2Het wrakingsverzoek 2.1. Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. drs. P.M.J.H. Muijlaert, verder de rechter. Verzoeker noemt in zijn wrakingsverzoek de zaaknummers UTR 16/105 WOZ V17 en UTR 17/6 WOZ V17. In deze zaken is verzoeker de eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort de verweerder. 3De ontvankelijkheid van het verzoek 3.1. Op grond van artikel 8:15 van de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. 3.2.

Het is de wrakingskamer gebleken dat de rechter per 1 december 2017 is gepensioneerd en daardoor geen behandelend rechter meer is in de zaak van verzoeker. De gronden die verzoeker heeft aangevoerd zien daarom niet meer op de behandelend rechter. Verzoeker heeft derhalve geen belang meer bij zijn verzoek tot wraking. Naar het oordeel van de wrakingskamer is het onderhavige wrakingsverzoek daarom inmiddels kennelijk niet-ontvankelijk.

4De beslissing

De wrakingskamer: 4.1. verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk; 4.2. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de rechter tegen wie het verzoek gericht is en andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Bestuursrecht en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mrs. G.L.M. Urbanus, voorzitter, G.J.J.M. Essink en N.E.M. Kranenbroek als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017. de griffier de voorzitter De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.