Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2017:102 ECLI:NL:RBMNE:2017:102 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2017:102 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2017:102
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht locatie Utrecht zaaknummer: C/16/16/110 R nummer verklaring: CDS1500495387 uitspraakdatum: 10 januari 2017 uitspraak op grond van artikel 338 van de Faillissementswet (“homologatie akkoord”) enkelvoudige kamer Bij vonnis van deze kamer van 9 februari 2016 is de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van: [schuldenares] geboren op [1972] te [geboorteplaats] , wonende [adres] , [woonplaats] , hierna: schuldenares. 1Verloop van de procedure 1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de op 5 december 2016 gehouden verificatievergadering. 1.2 Bij beschikking van 27 december 2016 heeft de rechtbank het aangeboden akkoord vastgesteld als ware het aangenomen en bepaald dat de homologatie van het akkoord zal worden behandeld op 6 januari 2017. 1.3 De homologatie is behandeld op 6 januari 2017.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2017:102 · Rechtbank Midden-Nederland: Hierbij zijn gehoord de schuldenares, haar bewindvoerder, schuldeiser de heer [A] (hierna: [A] ) en zijn raadsman mr. L.E. Huard. 1.4 [A] heeft als enige schuldeiser bezwaar gemaakt tegen de homologatie. Ter zitting heeft hij verklaard dat deze bezwaren zijn verwoord in het verzoekschrift van 2 december 2016 tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling dan wel verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling. 1.5 Bij vonnis van 10 januari 2017 heeft de rechtbank het verzoek van [A] tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling dan wel de verlenging van de termijn ex artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet afgewezen. 1.6 De rechter-commissaris heeft schriftelijk verslag uitgebracht.

Keywords

AI generated
ratification of settlement non-implementation of the offending agreements harmonization of laws objection to debt enforcement comparable legal status compliance with formal requirements
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht locatie Utrecht zaaknummer: C/16/16/110 R nummer verklaring: CDS1500495387 uitspraakdatum: 10 januari 2017 uitspraak op grond van artikel 338 van de Faillissementswet (“homologatie akkoord”) enkelvoudige kamer Bij vonnis van deze kamer van 9 februari 2016 is de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van: [schuldenares] geboren op [1972] te [geboorteplaats] , wonende [adres] , [woonplaats] , hierna: schuldenares. 1Verloop van de procedure 1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de op 5 december 2016 gehouden verificatievergadering. 1.2 Bij beschikking van 27 december 2016 heeft de rechtbank het aangeboden akkoord vastgesteld als ware het aangenomen en bepaald dat de homologatie van het akkoord zal worden behandeld op 6 januari 2017. 1.3 De homologatie is behandeld op 6 januari 2017.

Hierbij zijn gehoord de schuldenares, haar bewindvoerder, schuldeiser de heer [A] (hierna: [A] ) en zijn raadsman mr. L.E. Huard. 1.4 [A] heeft als enige schuldeiser bezwaar gemaakt tegen de homologatie. Ter zitting heeft hij verklaard dat deze bezwaren zijn verwoord in het verzoekschrift van 2 december 2016 tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling dan wel verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling. 1.5 Bij vonnis van 10 januari 2017 heeft de rechtbank het verzoek van [A] tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling dan wel de verlenging van de termijn ex artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet afgewezen. 1.6 De rechter-commissaris heeft schriftelijk verslag uitgebracht.

Van een grond van weigering van de homologatie is haar niet gebleken en zij adviseert de rechtbank het akkoord te homologeren.

2Oordeel van de rechtbank

Gelet op de weigeringsgronden genoemd in artikel 338 lid 2 jo. 153 lid 2 Faillissementswet ziet de rechtbank geen aanleiding om op grond van de door [A] aangevoerde bezwaren de homologatie te weigeren. De overige schuldeisers hebben geen bezwaar gemaakt tegen de homologatie van het akkoord. De rechtbank ziet, evenals de rc heeft overwogen met betrekking tot het aangeboden en aangenomen akkoord, voor het overige ook geen bezwaren om de homologatie te weigeren. Derhalve dient het aangenomen akkoord te worden gehomologeerd. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. 3Beslissing De rechtbank: homologeert het akkoord; stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op € 2.381,60 en brengt dit bedrag ten laste van de schuldenares.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Hofman-Wels en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2017. Hoger beroep tegen dit vonnis kan slechts worden ingesteld door een advocaat, bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De termijn van hoger beroep is acht dagen, te rekenen na de dag van de uitspraak van het vonnis.