Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2016:7626 ECLI:NL:RBMNE:2016:7626 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2016:7626 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2016:7626
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/702801-13 (ontneming) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 september 2016 in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde] geboren op [1986] te [geboorteplaats] wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres] 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit het volgende: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/702801-13 waaruit blijkt dat veroordeelde op 9 september 2016 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank is vrijgesproken van het hem onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van verdovende middelen; - de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting; - de overige stukken.

Legislator headnote

AI generated

artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBMNE:2016:7626 · Rechtbank Midden-Nederland: De verdachte is niet verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door mr. R.P. van der Graaf, uitdrukkelijk gemachtigd om namens verdachte het woord te voeren. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 26 augustus 2016 zijn de officier van justitie en de raadsman van verdachte gehoord. 2De beoordeling 2.1 De vordering van de officier van justitie De vordering van de officier van justitie d.d. 15 mei 2015 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 48.510,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Keywords

AI generated
artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/702801-13 (ontneming) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 september 2016 in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde] geboren op [1986] te [geboorteplaats] wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres] 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit het volgende: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/702801-13 waaruit blijkt dat veroordeelde op 9 september 2016 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank is vrijgesproken van het hem onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van verdovende middelen; - de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting; - de overige stukken.

De verdachte is niet verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door mr. R.P. van der Graaf, uitdrukkelijk gemachtigd om namens verdachte het woord te voeren. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 26 augustus 2016 zijn de officier van justitie en de raadsman van verdachte gehoord. 2De beoordeling 2.1 De vordering van de officier van justitie De vordering van de officier van justitie d.d. 15 mei 2015 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 48.510,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Ter terechtzitting van 9 september 2016 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij zijn vordering. 2.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat, gelet op de bepleite vrijspraak in de strafzaak, de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen dient te worden. 2.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft veroordeelde in de onderliggende strafzaak bij vonnis van 9 september 2016 vrijgesproken van het feit op basis waarvan het wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend. Gelet op deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen. 3Beslissing De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mr. C.E.M. Nootenboom-Lock en mr. M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 september 2016.