Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2016:5779 ECLI:NL:RBMNE:2016:5779 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2016:5779 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2016:5779
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer/rekestnummer:425294 / HA RK 16-247 en 425295 / HA RK 16-248 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 27 oktober 2016 op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , (verder te noemen: verzoeker), 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit - de beslissingen van de kantonrechter van 12 september 2016, - het verzoek tot wraking van 27 september 2016. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, Artikel 512 Sv, artikel 515 Sv, artikel 515 lid 2 Sv; ECLI:NL:RBMNE:2016:5779 · Rechtbank Midden-Nederland: Artikel 512 Sv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.2. In het tweede lid van artikel 515 Sv is bepaald dat de verzoeker en de rechter wiens wraking is verzocht in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. Hiermee is beoogd verzoeker de gelegenheid te bieden te worden gehoord op de door hem aangevoerde feiten en omstandigheden op grond waarvan hij meent dat de onpartijdigheid van één of meer bepaalde rechters in het geding is.

Keywords

AI generated
untimely request for extension reasonable duration of the proceedings postponement of trial expiry of time limit partial claim right to a decision

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
Artikel 512 Sv
Artikel 512 Sv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
artikel 515 Sv
In het tweede lid van artikel 515 Sv is bepaald dat de verzoeker en de rechter wiens wraking is verzocht in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.
artikel 515 lid 2 Sv
In dit geval ziet de wrakingskamer aanleiding om - in afwijking van het in artikel 515 lid 2 Sv neergelegde uitgangspunt uitspraak te doen over de door verzoeker ingediende wrakingsverzoeken zonder dat dit verzoek ter zitting wordt behandeld.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer/rekestnummer:425294 / HA RK 16-247 en 425295 / HA RK 16-248 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 27 oktober 2016 op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , (verder te noemen: verzoeker), 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit - de beslissingen van de kantonrechter van 12 september 2016, - het verzoek tot wraking van 27 september 2016. 1.2.

De uitspraak is bepaald op heden. 2Het wrakingsverzoek 2.1. Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. J. Ebbens als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaken met zaaknummer 5259740 UM VERZ 16-6011 en zaaknummer 5259756 UM VERZ 16-6012. Bij deze beslissingen heeft de rechter het beroep van verzoeker tegen twee beslissingen van de Officier van Justitie ongegrond verklaard. 2.2. Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek onder meer ten grondslag gelegd - kort samengevat - dat de rechter geen getuigen wenste te horen op zijn verzoek en haar beslissing om geen getuigen toe te laten niet heeft gemotiveerd. 3De beoordeling 3.1.

Artikel 512 Sv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.2. In het tweede lid van artikel 515 Sv is bepaald dat de verzoeker en de rechter wiens wraking is verzocht in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. Hiermee is beoogd verzoeker de gelegenheid te bieden te worden gehoord op de door hem aangevoerde feiten en omstandigheden op grond waarvan hij meent dat de onpartijdigheid van één of meer bepaalde rechters in het geding is.

Het in deze bepaling opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever beschouwd als een debat over de gegrondheid van het verzoek. 3.3. In dit geval ziet de wrakingskamer aanleiding om - in afwijking van het in artikel 515 lid 2 Sv neergelegde uitgangspunt uitspraak te doen over de door verzoeker ingediende wrakingsverzoeken zonder dat dit verzoek ter zitting wordt behandeld. Hiertoe wordt als volgt overwogen. 3.4. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan.

De rechter heeft op 12 september 2016 eindbeslissingen gegeven in de zaken met de zaaknummers 5259740 UM VERZ 16-6011 en 5259756 UM VERZ 16-6012 waar het wrakingsverzoek op ziet. Het wrakingsverzoek is ingediend nadat de rechter deze eindbeslissingen heeft genomen. Verzoeker kan daarom niet in zijn wrakingsverzoeken worden ontvangen. 3.5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de wrakingskamer de verzoeken tot wraking niet-ontvankelijk verklaren.

4De beslissing

De wrakingskamer: 4.1. verklaart de verzoeken tot wraking niet-ontvankelijk; 4.2. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, alsmede aan de voorzitter van de afdeling straf-, familie- en jeugdrecht en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. A.M. Koene, voorzitter, en mr. P. Bender en mr. M.J. Slootweg als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Meurs, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2016. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.