Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBMNE:2015:5697 ECLI:NL:RBMNE:2015:5697 AI generated

ECLI:NL:RBMNE:2015:5697 · Rechtbank Midden-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBMNE:2015:5697
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/661937-13 Datum uitspraak: 3 maart 2015 Beslissing ex artikel 22g Wetboek van Strafrecht Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van het bezwaarschrift op grond van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht, ingediend door: [veroordeelde] , geboren op [1994] te [geboorteplaats] (Kenia), wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen de veroordeelde. De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder: - een gewaarmerkt extract van het vonnis van deze rechtbank van 27 februari 2014, waarbij aan de veroordeelde een taakstraf is opgelegd, bestaande, voor zover in deze zaak van belang, uit een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, - een brief van de Reclassering Nederland, unit Utrecht, d.d. 19 augustus 2014, waaruit blijkt dat de veroordeelde de werkstraf niet volledig heeft verricht; - een proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 4 november 2014, waarbij de behandeling van de zaak is geschorst tot de terechtzitting van 3 maart 2015, om de veroordeelde nog een kans te geven zijn werkstraf te verrichten; - een brief van de reclassering van 3 maart 2015, waarin is vermeld dat veroordeelde het resterende gedeelte van de werkstraf inmiddels naar behoren heeft verricht.

Legislator headnote

AI generated

artikel 22g Wetboek van Strafrecht, artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht, artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBMNE:2015:5697 · Rechtbank Midden-Nederland: Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 3 maart 2015, waarbij zijn gehoord: de officier van justitie; de raadsman mr. J.R.A. Röschlau. OVERWEGINGEN: De officier van justitie heeft tijdig de tenuitvoerlegging bevolen van de vervangende hechtenis voor de duur van 18 dagen. Daarbij is rekening gehouden met de door de veroordeelde naar behoren verrichte uren taakstraf, te weten 78 uren subsidiair 34 dagen vervangende hechtenis. De kennisgeving als bedoeld in artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht is aan de veroordeelde betekend. Het bezwaarschrift tegen deze kennisgeving is tijdig ingediend ter griffie van deze rechtbank.

Keywords

AI generated
reduction of sentence duration continuation of detention restoration of deadline duration of the infringement time limit in hours alternative measure to detention

Cited Legislation

AI generated
artikel 22g Wetboek van Strafrecht
artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht
De kennisgeving als bedoeld in artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht is aan de veroordeelde betekend.
artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/661937-13 Datum uitspraak: 3 maart 2015 Beslissing ex artikel 22g Wetboek van Strafrecht Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van het bezwaarschrift op grond van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht, ingediend door: [veroordeelde] , geboren op [1994] te [geboorteplaats] (Kenia), wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen de veroordeelde. De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder: - een gewaarmerkt extract van het vonnis van deze rechtbank van 27 februari 2014, waarbij aan de veroordeelde een taakstraf is opgelegd, bestaande, voor zover in deze zaak van belang, uit een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, - een brief van de Reclassering Nederland, unit Utrecht, d.d. 19 augustus 2014, waaruit blijkt dat de veroordeelde de werkstraf niet volledig heeft verricht; - een proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 4 november 2014, waarbij de behandeling van de zaak is geschorst tot de terechtzitting van 3 maart 2015, om de veroordeelde nog een kans te geven zijn werkstraf te verrichten; - een brief van de reclassering van 3 maart 2015, waarin is vermeld dat veroordeelde het resterende gedeelte van de werkstraf inmiddels naar behoren heeft verricht.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 3 maart 2015, waarbij zijn gehoord: de officier van justitie; de raadsman mr. J.R.A. Röschlau. OVERWEGINGEN: De officier van justitie heeft tijdig de tenuitvoerlegging bevolen van de vervangende hechtenis voor de duur van 18 dagen. Daarbij is rekening gehouden met de door de veroordeelde naar behoren verrichte uren taakstraf, te weten 78 uren subsidiair 34 dagen vervangende hechtenis. De kennisgeving als bedoeld in artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht is aan de veroordeelde betekend. Het bezwaarschrift tegen deze kennisgeving is tijdig ingediend ter griffie van deze rechtbank.

Op grond van het onderzoek ter zitting, alsmede gelet op de inhoud van voornoemde brief van 3 maart 2015 van de reclassering, dient het bezwaarschrift van de veroordeelde gegrond te worden verklaard, nu veroordeelde de taakstraf volledig heeft verricht. De rechtbank heeft gelet op artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING: De rechtbank verklaart het bezwaarschrift van de veroordeelde tegen voormelde kennisgeving gegrond. Aldus gedaan door mrs. S. Wijna, J.P.H. van Driel van Wageningen en K.J. Veenstra, bijgestaan door mr. M.J.C.J. Evers, griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 3 maart 2015.

Mrs. J.P.H. van Driel van Wageningen en K.J. Veenstra zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.