ECLI:NL:RBMNE:2015:5367 · Rechtbank Midden-Nederland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Familierecht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 4211920 UT VERZ 15-12414 Beschikking van 20 juli 2015 inzake het verzoek van [verzoeker sub 1] , wonende te [woonplaats] , en [verzoeker sub 2] , wonende te [woonplaats] , hierna samen te noemen: verzoekers. Verzoekers treden op in hun hoedanigheid van erfgenamen/vereffenaars in de nalatenschap van: [A] , geboren te [geboorteplaats] op [1927] , overleden te [woonplaats] op [2014] , laatst wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: erflater. Procedure Uit de brief van 1 juni 2015, ter griffie ingekomen op 9 juni 2015, van verzoekers leidt de kantonrechter af dat om afhandeling van de nalatenschap van erflater via de zogenaamde lichte vereffening wordt verzocht.
Legislator headnote
AI generatedartikel 4:221 lid 1 BW; ECLI:NL:RBMNE:2015:5367 · Rechtbank Midden-Nederland: De griffier heeft bij brief van 7 juli 2015 aan verzoekers bericht dat de kantonrechter voornemens is dit verzoek af te wijzen en verzoekers in de gelegenheid gesteld hun verzoek mondeling te behandelen. Bij brief van 11 juli 2015, ter griffie ingekomen op 14 juli 2015, hebben verzoekers de rechtbank bericht dat zij afzien van een mondelinge behandeling van het verzoek. Overwegingen van de kantonrechter De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek (verder: BW) de nalatenschap van erflater als gevolg van de beneficiaire aanvaarding door één van de erfgenamen volgens Afdeling 3 van Titel 6 van Boek 4 BW moet worden vereffend.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Familierecht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 4211920 UT VERZ 15-12414 Beschikking van 20 juli 2015 inzake het verzoek van [verzoeker sub 1] , wonende te [woonplaats] , en [verzoeker sub 2] , wonende te [woonplaats] , hierna samen te noemen: verzoekers. Verzoekers treden op in hun hoedanigheid van erfgenamen/vereffenaars in de nalatenschap van: [A] , geboren te [geboorteplaats] op [1927] , overleden te [woonplaats] op [2014] , laatst wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: erflater. Procedure Uit de brief van 1 juni 2015, ter griffie ingekomen op 9 juni 2015, van verzoekers leidt de kantonrechter af dat om afhandeling van de nalatenschap van erflater via de zogenaamde lichte vereffening wordt verzocht.
De griffier heeft bij brief van 7 juli 2015 aan verzoekers bericht dat de kantonrechter voornemens is dit verzoek af te wijzen en verzoekers in de gelegenheid gesteld hun verzoek mondeling te behandelen. Bij brief van 11 juli 2015, ter griffie ingekomen op 14 juli 2015, hebben verzoekers de rechtbank bericht dat zij afzien van een mondelinge behandeling van het verzoek. Overwegingen van de kantonrechter De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek (verder: BW) de nalatenschap van erflater als gevolg van de beneficiaire aanvaarding door één van de erfgenamen volgens Afdeling 3 van Titel 6 van Boek 4 BW moet worden vereffend.
De zogenaamde ‘lichte vereffening’ is daarbij het uitgangspunt. Dit is alleen anders als de kantonrechter op grond van artikel 4:221 lid 1 BW bijzondere of verzwarende maatregelen oplegt. Het is dus niet mogelijk om de kantonrechter te vragen de lichte vereffening toe te passen, want hier is geen rechtsgrond voor. Daarom zal de kantonrechter het verzoek afwijzen. Beslissing De kantonrechter: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. E.E.M. van Abbe, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2015.