ECLI:NL:RBMNE:2014:7352 · Rechtbank Midden-Nederland
Legislator summary
AI generatedde coöperatie de coöperatieve vereniging Rabobank Utrecht e.o. u.a., gevestigd te Utrecht 2. de coöperatie Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A., genaamd Rabobank Nederland, gevestigd te Amsterdam, verder ook gezamenlijke noemen Rabobank c.s., gedaagde partij, gemachtigde: mr. M.C. van Deventer.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBMNE:2014:7352 · Rechtbank Midden-Nederland: In de procedure die bij deze rechtbank, afdeling Kanton, locatie Utrecht, aanhangig is geweest, is op 18 december 2013 vonnis gewezen. Op 21 januari 2014 is ter griffie ingekomen een verzoek van [eiser] tot rectificatie van dat vonnis. Rabobank c.s. is in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren. Rabobank c.s. heeft bij brief van 10 februari 2014 meegedeeld zich niet tegen het verzoek van [eiser] te zullen verzetten. De kantonrechter is van oordeel dat het vonnis dient te worden gerectificeerd als hierna aan te geven.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 720765 UC EXPL 10-18343 SW/4247 Vonnis van 5 maart 2014 inzake [eiser] , wonende te [woonplaats], verder ook te noemen [eiser], eisende partij, gemachtigde: mr. M.F.J. Martens, tegen:
1. de coöperatie de coöperatieve vereniging Rabobank Utrecht e.o. u.a., gevestigd te Utrecht 2. de coöperatie Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A., genaamd Rabobank Nederland, gevestigd te Amsterdam, verder ook gezamenlijke noemen Rabobank c.s., gedaagde partij, gemachtigde: mr. M.C. van Deventer.
1De overwegingen van de kantonrechter
In de procedure die bij deze rechtbank, afdeling Kanton, locatie Utrecht, aanhangig is geweest, is op 18 december 2013 vonnis gewezen. Op 21 januari 2014 is ter griffie ingekomen een verzoek van [eiser] tot rectificatie van dat vonnis. Rabobank c.s. is in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren. Rabobank c.s. heeft bij brief van 10 februari 2014 meegedeeld zich niet tegen het verzoek van [eiser] te zullen verzetten. De kantonrechter is van oordeel dat het vonnis dient te worden gerectificeerd als hierna aan te geven.
2De beslissing
De kantonrechter: 2.1 bepaalt dat voormeld vonnis waar in punt 2.7 staat vermeld: “Het voorgaande leidt tot het eindoordeel dat de inkomensschade van [eiser] over de perioden waarover [eiser] aansprakelijk is wordt vastgesteld op € 61.624,37." dit wordt gewijzigd in: “Het voorgaande leidt tot het eindoordeel dat de inkomensschade van [eiser] over de perioden waarover Rabobank c.s. aansprakelijk is wordt vastgesteld op € 61.624,37."; 2.2. bepaalt voorts dat voormeld vonnis waar in punt 3.2. staat vermeld: “veroordeelt Rabobank c.s. om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 61.624,37 met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de voldoening;” dit wordt gewijzigd in:
“veroordeelt Rabobank c.s. om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 71.624,37 met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de voldoening;” 2.3. bepaalt dat de verbetering en de datum van deze uitspraak worden vermeld op de minuut van voormeld vonnis. Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Penders, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2014