Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2023:6566 ECLI:NL:RBLIM:2023:6566 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2023:6566 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2023:6566
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 10646113 \ CV EXPL 23-3379 Vonnis van de kantonrechter van 8 november 2023 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INFOMEDICS B.V., m.h.o.d.n. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA, gevestigd te Almere, eisende partij, gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde C.J.P. Thomissen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2023:6566 · Rechtbank Limburg: INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA, gevestigd te Almere, eisende partij, gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde C.J.P. Thomissen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.

Keywords

AI generated
contract for medical treatment outdated medical report contrary to medical advice outpatient treatment inadequate medical examination disobedience to service regulations
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 10646113 \ CV EXPL 23-3379 Vonnis van de kantonrechter van 8 november 2023 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INFOMEDICS B.V., m.h.o.d.n. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA, gevestigd te Almere, eisende partij, gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde C.J.P. Thomissen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Eisende partij vordert gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 94,98, vermeerderd met rente en proceskosten. 2.2. Ter onderbouwing van haar vordering voert eisende partij (samengevat) het volgende aan. De Drietand (hierna: de zorgverlener) heeft in opdracht en voor rekening van gedaagde partij medische behandelingen uitgevoerd. Hiervoor is gedaagde partij een bedrag van € 69,20 verschuldigd aan de zorgverlener. De vordering van de zorgverlener is gecedeerd aan eisende partij. Voorts stelt eisende partij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.

Daarnaast maakt zij aanspraak op betaling van de wettelijke rente. Eisende partij berekent deze rente tot 29 juni 2023 op € 1,14. Op de vordering kan nog een bedrag van € 15,36 in mindering strekken. 2.3. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.4. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.5.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.6. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 107,84 griffierecht € 128,00 salaris gemachtigde € 39,00 (1 x tarief € 39,00) totaal € 274,84 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 94,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 53,84 vanaf 29 juni 2023 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 274,84, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken. type: JEC