ECLI:NL:RBLIM:2023:6348 · Rechtbank Limburg
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/322239 / KG ZA 23-338 Vonnis in kort geding van 16 oktober 2023 in de zaak van 1 [eiser sub 1] 2. [eiseres sub 2], te [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen in mannelijk enkelvoud te noemen: [eiser] , advocaat: mr. R.A. Wijnands te Schinnen, tegen ING BANK N.V., zetelend, gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, gedaagde partij, hierna te noemen: ING, advocaat: mr. M.A. Algra te Amsterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure in kort geding blijkt uit: - de dagvaarding in kort geding van 19 september 2023 met de producties 1 t/m 12, - de akte weergave feiten, tevens houdende akte overlegging producties, met de producties 1 t/m 19, - de aanvullende producties 20 en 21 van ING, - de mondelinge behandeling van 12 oktober 2023, - de pleitnota van ING. 1.2.
Legislator headnote
AI generatedartikel 6:119 BW; ECLI:NL:RBLIM:2023:6348 · Rechtbank Limburg: Ten slotte is vonnis bepaald. 1.3. De beslissing op de vordering van [eiser] luidt zoals hieronder is bepaald. Aan partijen is tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld dat de voorzieningenrechter eventueel, gelet op de te betrachten spoed, een verkort vonnis zou kunnen wijzen. De voorzieningenrechter heeft daartoe inderdaad besloten, om de hiervoor genoemde reden. Dit betekent dat de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen veertien dagen na heden, zal volgen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/322239 / KG ZA 23-338 Vonnis in kort geding van 16 oktober 2023 in de zaak van 1 [eiser sub 1] 2. [eiseres sub 2], te [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen in mannelijk enkelvoud te noemen: [eiser] , advocaat: mr. R.A. Wijnands te Schinnen, tegen ING BANK N.V., zetelend, gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, gedaagde partij, hierna te noemen: ING, advocaat: mr. M.A. Algra te Amsterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure in kort geding blijkt uit: - de dagvaarding in kort geding van 19 september 2023 met de producties 1 t/m 12, - de akte weergave feiten, tevens houdende akte overlegging producties, met de producties 1 t/m 19, - de aanvullende producties 20 en 21 van ING, - de mondelinge behandeling van 12 oktober 2023, - de pleitnota van ING. 1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald. 1.3. De beslissing op de vordering van [eiser] luidt zoals hieronder is bepaald. Aan partijen is tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld dat de voorzieningenrechter eventueel, gelet op de te betrachten spoed, een verkort vonnis zou kunnen wijzen. De voorzieningenrechter heeft daartoe inderdaad besloten, om de hiervoor genoemde reden. Dit betekent dat de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen veertien dagen na heden, zal volgen.
2De beslissing
De voorzieningenrechter 2.1. wijst de vorderingen van [eiser] af, 2.2. veroordeelt [eiser] (hoofdelijk) in de proceskosten, aan de zijde van ING tot op heden begroot op € 1.755,00, te voldoen binnen veertien dagen na datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan die proceskosten vermeerderd worden met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 2.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Beurskens en in het openbaar uitgesproken. CM